Juridische publicaties

ZSM

  • Interessant
  • 18 minuten (3581 woorden)

​Door Sophie van Onck

 

Het OM heeft de afgelopen jaren op festivals als Lowlands en Defqon. 1 de zogenoemde ‘OM-drugsstraat’ ingezet. De ‘OM-drugsstraat’ is een concept dat het Openbaar Ministerie sinds 2014 de kans geeft om festivalgangers met drugs op zak snel te berechten. De drugsstraat riep en roept veel kritische vragen op. De primeur van de wasstraat stond in 2014 op het festival Lowlands. De wasstraat is een onderdeel van de ZSM aanpak. In dit artikel ga ik eerst in op de ZSM-werkwijze van het Openbaar Ministerie. Wat is ZSM precies en waar staat het voor? Wat zijn de doelen van ZSM en welke kritiek is er op ZSM? Daarna ga ik aandacht besteden aan de ZSM-aanpak op festivals. Hoe gaat dit in zijn werk en welke nadelen zitten hieraan vast?

 

Wat is ZSM?

Het Openbaar Ministerie is per januari 2013 van start gegaan met het ZSM, oftewel het snelrecht. Het vertrouwen van de samenleving in de strafrechtketen moest worden versterkt. Op de website van het Openbaar Ministerie valt te lezen dat de strafrechtketen nu vaak te traag reageert. Een reactie-met-vertraging heeft vervelende effecten. Het risico bestaat dat daders, nog in de periode van wachten op de keten, opnieuw over de schreef gaan. Zelfs als dat niet gebeurt, kunnen slachtoffers bang zijn voor herhaling. De komst van ZSM maakt daar in veel gevallen een einde aan. Met een directe strafrechtinterventie grijpt de keten direct in. Plegers van veelvoorkomende misdrijven worden snel teruggefloten. De leefomgeving wordt meteen beschermd. Het beeld én de werkelijkheid wordt geschapen dat er met de overheid niet valt te spotten.[i] ZSM sluit aan op de strategienota ‘Perspectief op 2015’ van het Openbaar Ministerie, waarin de ambitie wordt uitgesproken om, waar mogelijk, te sturen op instroom van zaken om de selectiviteit van het strafrecht te vergroten. Daarnaast spoort ZSM met de inzet van het kabinet-Rutte-Verhagen op een slagvaardige rechtshandhaving. Tot slot is ZSM één van de speerpunten van het actieprogramma ‘Minder regels, maar op straat’ van minister Opstelten. ZSM moet ervoor zorgen dat veel voorkomende criminaliteit daadkrachtig, snel, passend en efficiënt wordt aangepakt. Dit is de werkwijze die centraal staat in het programma ZSM, dat in 2012 landelijk werd uitgerold. ZSM staat voor Zorgvuldig, Snel en op Maat. Voorbeelden van veel voorkomende criminaliteit zijn diefstal, mishandeling en vernieling.

 Uit de beleidstukken over ZSM kunnen vijf centrale doelstellingen van deze maatregel worden afgeleid. De volgorde waarin deze worden beschreven, is vooral gebaseerd op de onderliggende logica van ZSM zoals dat de afgelopen jaren functioneert. Deze volgorde wijkt af van de die waarop de doelstellingen in de loop van de tijd in de beleidsstukken zijn geformuleerd. In de eerste plaats moet ZSM ertoe bijdragen dat politie en justitie structureel meer aandacht besteden aan de afhandeling van de grote hoeveelheid zaken van veelvoorkomende criminaliteit. Ten tweede wordt van belang geacht dat de bij ZSM betrokken organisaties (politie, openbaar ministerie, reclassering, slachtofferhulp, Raad voor de Kinderbescherming en soms ook nog andere partijen) op één locatie met elkaar samenwerken zodat tijdig relevante informatie kan worden uitgewisseld en ‘veredeld’. Dit moet onder andere bijdragen aan het derde doel ‘eenvoudige’ strafzaken zo snel mogelijk af te doen. Ten vierde, al bij de start van ZSM werd door de minister benadrukt dat het bij ZSM niet alleen om snelheid zou moeten gaan, maar ook om een ‘“zorgvuldige afhandeling”, met inachtneming van de fundamentele waarborgen van een eerlijk strafproces’.[ii] Tot slot, de ZSM-werkwijze en vooral de samenwerking tussen de genoemde partners moeten ervoor zorgen dat de beslissing leidt tot een ‘betekenisvolle interventie’.[iii]

Ik ga de ZSM illustreren aan de hand van een voorbeeld. Een cafébezoeker smijt een aantal flessen sterke drank kapot in een woede-uitbarsting. De politie houdt de man aan en brengt hem naar het bureau. De agent schakelt slachtofferhulp in voor de kroegbaas. De medewerker van slachtofferhulp neemt de verklaring van de kroegbaas op en deze brengt de belangen van de kroegbaas onder de aandacht van de officier van justitie. De officier van justitie zit in een speciaal ZSM kantoor en bepaalt dezelfde dag nog beslist wat de gevolgen zijn voor de verdachte. De verdachte spreekt met een advocaat op het politiebureau. De advocaat laat de officier van justitie weten dat de man spijt heeft en in de schulden zit, een geldboete zou het alleen maar erger maken. De reclassering beoordeelt de persoonlijke omstandigheden en geeft de officier van justitie een strafadvies. De officier van justitie kan met al deze informatie een zorgvuldige beslissing nemen. Omdat al deze partijen gelijktijdig en in hetzelfde bureau werken, kan deze beslissing eerder genomen worden dan voorheen. Sneller duidelijkheid voor slachtoffer en dader. Bij ZSM houdt de officier van justitie beter rekening met de omstandigheden rondom het slachtoffer en de dader, zodat er een beslissing op maat wordt genomen. Slachtoffers kwamen voorheen om in het papierwerk en een trage afhandeling terwijl de gevolgen al vervelend genoeg waren. ZSM past beter bij de tijdsgeest, omdat er nu een snellere afhandeling is die daarnaast zorgvuldig en op maat is. De politie, het OM, en ketenpartners pakken met ZSM veelvoorkomende misdrijven op daadkrachtige wijze aan. In de ZSM-werkwijze beslissen zij na aanhouding van de verdachte zo spoedig mogelijk over het afdoeningstraject. Waar mogelijk wordt direct een afdoeningsbeslissing genomen. Het gaat hierbij om betekenisvolle interventies, waarbij verdachten een passende reactie krijgen, recht wordt gedaan aan de positie van het slachtoffers, en de buurt merkt hoe snel daders worden gecorrigeerd.

Politie, Openbaar Ministerie, Slachtofferhulp Nederland, Reclassering en de Raad voor de Kinderbescherming zijn in heel Nederland, bijna allemaal zeven dagen per week, aanwezig op de ZSM-kantoren om over strafzaken te beslissen. Omdat al deze partijen gelijktijdig en in hetzelfde bureau werken kan deze beslissing eerder genomen worden dan voorheen. Sneller duidelijkheid voor slachtoffer en dader dus. Bij ZSM houdt de officier van justitie beter rekening met omstandigheden rondom het slachtoffer en de dader, zodat er een beslissing op maat wordt genomen.[iv] De werkwijze ZSM houdt in dat zaken vaak in één dag worden afgehandeld. Daders worden hierdoor direct en zorgvuldig gecorrigeerd en er wordt recht gedaan aan de belangen van de slachtoffers en de samenleving. De afdoeningen kunnen binnen en buiten het strafrecht liggen. Binnen het strafrecht gaat het dan bijvoorbeeld om een taakstraf, een boete, een contactverbod of het betalen van schadevergoeding aan het slachtoffer. Daarbuiten is onder meer een bemiddelingsgesprek mogelijk of mediation, schadeherstel of een doorverwijzing naar Halt. De officier van justitie beoordeelt of een zaak geschikt is voor een ZSM-aanpak. Bij zwaardere delicten legt de officier van justitie de zaak voor aan de rechter. Dan krijgt de verdachte een dagvaarding mee. De helft van de ZSM-zaken wordt binnen 1 dag afgehandeld, driekwart binnen een week en negentig procent binnen een maand. In 2016 zijn 109.000 misdrijfzaken via de ZSM-aanpak ingestroomd.[v]         

De rechtsbijstand wordt geleverd door de tegenpartij van de aangehouden verdachte: de officier van justitie licht de procedures en keuzemogelijkheden voor verdachte toe, nadat de politie hem heeft geïnformeerd over zijn recht op rechtsbijstand.[vi] Omdat de politie de aangehouden verdachten niet kan vertellen wat rechtsbijstand voor de verdachte zou kunnen betekenen – omdat de politie dat eenvoudigweg niet weet – doet de verdachte in alle gevallen onvoldoende geïnformeerd afstand van zijn recht. Waarom regelen we het eigenlijk niet in alle zaken op deze manier? Waarom doen we het niet net zo bij verdachten van moord? Dat zou het soms zo hobbelige pad van verdenking naar veroordeling toch aanmerkelijk effenen? Omdat, zo zal de consensus zijn, deze methode daarvoor niet goed genoeg is. En dan wordt vaak verwezen naar wat er voor de verdachte op het spel zou staan.[vii] Voor de jongeman, net 18 jaar oud, die al vanaf zijn 12e jaar alleen maar bij de Mariniers wilde en verder niets, betekent een strafbeschikking in de marge van een dancefestival de verwoesting van zijn droom. Voor de vreemdeling die al acht jaar in Nederland woont en die graag wil naturaliseren betekent een strafbeschikking een onontkoombare barrière. Voor de al eerder gestrafte betekent een strafbeschikking de tenuitvoerlegging van eerder voorwaardelijk opgelegde maanden vrijheidsstraf. Veruit de meeste mensen die het Strafrecht bestuderen of in het strafrecht werken, weten dat het verstandig is om tenminste een advocaat te spreken op het bureau. Niet iedereen in Nederland weet dit en dus niet iedereen zal op een advocaat wachten. Een methode van rechtsbijstandverlening die ondermaats is als het om moord of doodslag gaat, is niet minder ondermaats als zij bij lichtere feiten wordt toegepast. De consensus op de werkvloer (officieren van justitie en advocaten) lijkt inmiddels dat verdachten zo snel mogelijk ná de aanhouding in contact moeten worden gebracht met een raadsman voor een eerste consult. Dat komt de kwaliteit en de acceptatie van het ZSM-proces en de in dat proces gegenereerde beslissingen ten goede.[viii] De nu lopende pilots laten zien dat video-consultatie daarvoor een zeer bruikbaar instrument is, en dat de advocatuur ook in staat is om langs die weg de vraag naar consulten te verwerken.[ix]

 

Kritiek op ZSM

Uiteraard is er ook kritiek op de ZSM. De meest constante factor van kritiek betreft (het ontbreken van) de rechtsbijstand aan verdachten van zaken die op ZSM worden behandeld: de zes-uurstermijn waarbinnen over de zaak zou moeten worden beslist, zou onvoldoende zijn voor adequate betrokkenheid van een raadsman. Daarnaast zou overleg tussen raadsman en cliënt niet goed te realiseren zijn en evenmin zou – door het ontbreken van een dossier – de noodzakelijke informatie aan de raadsman kunnen worden gegeven.[x] De Commissie Innovatie Strafadvocatuur constateerde in 2012 een ’bijna structurele afwezigheid’ van rechtshulpverleners op ZSM.[xi] In de afgelopen jaren zijn ook andere zorgen over de zorgvuldigheid van de ZSM-werkwijze geuit. Zo benoemden Sikkema & Kristen eerder het risico dat de voor een magistratelijke beoordeling noodzakelijke distantie tussen de officier van justitie en de politie verloren zou gaan door de toegenomen betrokkenheid van de officier van justitie bij het politiewerk.[xii] In 8% van de zaken die binnen ZSM door middel van een strafbeschikking werden afgedaan, werd het bewijs door de onderzoekers ontoereikend beoordeeld.[xiii] Onwenselijk is volgens het rapport ook dat in een substantieel aantal van de onderzochte zaken geen in de wettelijk voorgeschreven vorm opgemaakt proces-verbaal voorhanden was op het moment dat een strafbeschikking werd uitgevaardigd: geconcludeerd wordt daarom dat het in een groot aantal zaken heeft ontbroken aan wettelijke waarborgen die betrekking hebben op de betrouwbaarheid van het bewijs.[xiv] De kritiek in Beschikt en Gewogen heeft geleid tot aanpassing van de ZSMwerkwijze: direct betalen – waarmee ex artikel 257e lid 1 Sv afstand wordt gedaan van de verzetsmogelijkheid bij strafbeschikkingen – is met ingang van 1 oktober 2015 beperkt tot verdachten die rechtsbijstand hebben gehad.[xv]

Medewerkers kaarten geregeld aan dat het OM snel wil afdoen en dat er, vooral in volle diensten, niet wordt gewacht op nadere informatie of overleg met andere ketenpartners.[xvi] Er wordt gesproken van ‘lopende-bandwerk’.[xvii] In dat verband geeft men ook aan dat, nu de ZSM-zaakstroom is gegroeid maar de werkwijze niet is aangepast, ZSM-medewerkers hun focus kwijt raken en sneller van zaken af willen. Zorgvuldige selectie en bewijsbeoordeling worden daardoor negatief beïnvloed.[xviii] Daarnaast is er ook kritiek over de kwaliteit van de informatie die door de politie wordt geleverd. De kwaliteit van de opsporing is niet omhoog gegaan door de ZSM.[xix] De politie levert nog altijd zaken aan zonder voldoende bewijs en de tijdsdruk maakt dat door de politie geleverde informatie vaak niet kritisch tegen het licht wordt gehouden. Zo wordt er te weinig gevraagd om informatie op schrift te stellen en worden camerabeelden niet bekeken.[xx]

 

ZSM op festivals

De afgelopen jaren heeft het OM op bepaalde festivals de zogenoemde ‘OM-drugsstraat’ ingezet. Dat is een speciaal ingerichte backstage waar je terecht komt als je betrapt bent op drugs, waar de drugs gelijk kan worden getest en waarna je direct kan worden voorgeleid aan de officier van justitie. Als je de straf accepteert, krijg je er wel een gratis strafblad bij. In het begin van deze pilot kwam er kritiek van advocaten Juriaan de Vries en Christian Flokstra op deze werkwijze van het OM.[xxi] Zij stelden dat de samenwerking van politie, justitie en beveiliging op festivals iets te gesmeerd liep. Op het festival Lowlands in 2014 werden 119 van de vijftigduizend bezoekers aangehouden wegens bezit van drugs. Dit had het Openbaar Ministerie verklaard in een persbericht dat op de website van het OM was verschenen.[xxii] Al deze zaken werden afgedaan met een strafbeschikking van het OM. Het Openbaar Ministerie doet de verdachte een voorstel inhoudende een geldboete of een taakstraf. Op het moment dat de verdachte de strafbeschikking accepteert, is de zaak afgedaan. Een belangrijk gevolg hiervan is dat er een strafblad bijzit. Ook is het niet meer mogelijk om in verzet te gaan als de strafbeschikking eenmaal is geaccepteerd. Daarnaast kan een strafblad een bezwaar zijn om in de toekomst een Verklaring omtrent gedrag, oftewel een VOG, te verkrijgen. De zogenoemde ‘OM-wasstraat’ lijkt heel snel en efficiënt, maar er zitten behoorlijke gevolgen aan voor een verdachte.   

De ‘drugsstraat’ van het OM staat backstage. De straat bestaat uit een aantal containers die aan elkaar gebouwd zijn tot een ‘straat’. In de containers zitten de recherche, de Forensische Opsporing (FO), verhoorkamers, ophoudruimte, verbalisanten en het Openbaar Ministerie. Een grote vraag die hierbij speelt is: ‘Waar zijn de advocaten in deze hele straat?’ In het begin van de pilot waren deze niet aanwezig. In de eerste container wordt gefouilleerd en moet de verdachte zich legitimeren. Aangetroffen pilletjes, poeders, drankjes etc. worden door de Dienst Forensische Opsporing (FO) in de volgende container getest. Overigens geldt dat er tot 5 gram wiet een gedoogbeleid is. En wat betreft gebruikershoeveelheden voor harddrugs geldt 0,5 gram voor poeders, 5 milliliter voor ghb en één pil voor xtc. Blijkt inderdaad sprake te zijn van verboden middelen dan vindt in de volgende container of tent een verhoor plaats door de recherche. Voorafgaand aan het verhoor wordt de verdachte gewezen op zijn recht een advocaat te consulteren, maar er is geen container met advocaten. Verdachten die rechtsbijstand willen, moeten naar het dichtstbijzijnde politiebureau die vaak kilometers verderop ligt. De meeste festivalgangers hebben hier geen zin in, want dan missen zij een groot deel van het festival en een lift terug is niet verzekerd. Zij gaan naar de volgende container waar de dienstdoende OvJ zit die meteen een beslissing neemt, die kan variëren van een sepot, een dagvaarding of een strafbeschikking. Als de strafbeschikking bestaat uit een geldboete kan deze in de laatste container meteen gepind worden, waarop de verdachte op vrije voeten wordt gesteld. Het OM is er trots op: “We hebben een complete wasstraat ingericht, om het zo maar te zeggen. Er zit een secretaris, een officier van justitie en er is een pinautomaat. Als mensen weer buiten staan, zijn ze hun drugs kwijt én hebben ze afgerekend. Wie zich, kortom niet aan de regels houdt, wordt meteen aangepakt.’’[xxiii] Minder mooi is dat degene die betaalt tevoren niet goed uitgelegd krijgt dat hij daarmee afstand heeft gedaan van verzet en een strafblad heeft.

De bezoekers die waren betrapt met drugs kregen dus een strafbeschikking aangeboden in de containers van de wasstraat, zonder enige vorm van overleg met een advocaat of überhaupt rechtsbijstand. De dienstdoende officier van justitie doet een voorstel aan de verdachte: een OM-strafbeschikking in de vorm van een geldboete of een werkstraf, of een dagvaarding. Een geldboete kan gelijk worden voldaan, waarbij erop gewezen wordt dat dan afstand van verzet wordt gedaan. Daarna wordt de persoon in kwestie vrijgelaten en beslist de organisatie of hij of zij alsnog terug mag het festivalterrein op. Het feit dat alle 119 verdachten akkoord gingen met een strafbeschikking geeft mijn inziens twijfel over de voorlichting ervan door het OM. Wordt de verdachten wel gewezen op het feit wat de gevolgen zijn als ze akkoord gaan met een strafbeschikking. De verdachte stemt zo spoedig mogelijk in, zonder zich goed te realiseren welke gevolgen deze strafbeschikking kan hebben  voor zijn of haar verdere toekomst. Daarnaast wil de bezoeker hoogstwaarschijnlijk het liefst zo snel mogelijk terug het festivalterrein op en is de kans dat deze persoon onder invloed is van drugs behoorlijk groot. Veel aangehouden bezoekers waren studenten of mensen met een goede baan die hadden verteld dat ze bijna nooit drugs gebruiken op een enkele keer op een festival na. In feite is het Openbaar Ministerie in een ‘OM-drugsstraat’ aanklager, advocaat en rechter in één. De betrapte bezoekers van Lowlands in 2014 hadden geen mogelijkheid om een advocaat te spreken.

In 2015 kwam die mogelijkheid er wel. Het festival Defqon. 1 had in juni 2015 de primeur met festivaladvocaten. Op dit festival werd aan aangehouden bezoekers de mogelijkheid gegeven tot gratis juridische bijstand.[xxiv] Hiermee is geïnvesteerd in een meer adequate rechtsbijstandvoorziening in de ‘OM-drugsstraten’ op festivals. Officier van justitie Trijnet van Haaren is al jaren direct betrokken bij de organisatie van het werk rond grote festivals. Dat de advocatuur in 2015 daarvan deel uitmaakte, was tot stand gekomen op initiatief van het Openbaar Ministerie en in samenwerking met politie en de Orde van Advocaten. De kritiek van de jaren ervoor vindt ze ongefundeerd. ‘De werkwijze die we alle jaren hebben gehanteerd, was secuur en transparant. We informeerden verdachten over de gevolgen van de strafbeschikking en hun recht op verzet. Ook keken we bij de afdoeningsbeslissing naar de persoonlijke omstandigheden en was het mogelijk om bijvoorbeeld een betalingsregeling af te spreken. Het was dan ook goed om van de advocaten, die voorafgaand aan de nieuwe werkwijze in december 2014 aanwezig waren bij Time Warp in de Utrechtse Jaarbeurs, te horen dat ze de afhandeling van zaken zoals wij die deden zorgvuldig vonden.’ Los hiervan is ze blij dat de nieuwe werkwijze er nu is. ‘De samenwerking verloopt soepel en we vinden de aanwezigheid van advocaten een waardevolle aanvulling op het proces’.[xxv] Ook het College voor de Rechten van de Mens is van mening dat de aanwezigheid van advocaten op festivals een grote stap vooruit is. Het College oordeelt dat een efficiënte afdoening prima is, maar een eerlijk strafproces mag daarmee niet in gevaar komen.[xxvi] Hoe staat het nu met de OM-drugsstraten op festivals? De afdoening op locatie wordt tot op heden nog steeds gedaan. De lokale politie en het Openbaar Ministerie hebben hier de bepalende hand in.

Het Openbaar Ministerie is per januari 2013 van start gegaan met het ZSM, oftewel het snelrecht. Het vertrouwen van de samenleving in de strafrechtketen moest worden versterkt. Politie, Openbaar Ministerie, Slachtofferhulp Nederland, Reclassering en de Raad voor de Kinderbescherming zijn in heel Nederland, bijna allemaal zeven dagen per week, aanwezig op de ZSM-kantoren om over strafzaken te beslissen. De werkwijze ZSM houdt in dat zaken vaak in één dag worden afgehandeld. Daders worden hierdoor direct en zorgvuldig gecorrigeerd en er wordt recht gedaan aan de belangen van de slachtoffers en de samenleving.

De afgelopen jaren heeft het OM op bepaalde festivals de zogenoemde ‘OM-drugsstraat’ ingezet. Dat is een speciaal ingerichte backstage waar je terecht komt als je betrapt bent op drugs, waar de drugs gelijk kan worden getest en waarna je direct kan worden voorgeleid aan de officier van justitie. In het kader van deze ZSM-aanpak van met name de handel en het gebruik van (hard)drugs op festivals is het OM in de vorm van een lik op stuk beleid ter plekke. Overtreders kregen veelal direct een OM-strafbeschikking uitgereikt. Deze aanpak kreeg kritiek van de bij de evenementen niet aanwezige advocatuur. De aanpak is in samenspraak met de politie en de Orde van Advocaten aangepast, waardoor er nu ook een container met advocaten is.

[i] www.om.nl.

[ii] Kamerstukken II 2011/12, 29 279, p. 4-6.

[iii] R. Salet en J.B. Terpstra, ‘ZSM in de praktijk. Aandacht en snelheid tegenover zorgvuldig en betekenisvol’, DD 2017/47, afl. 7.

[iv] www.om.nl.  

[v] www.om.nl .

[vi] D.V.A. Brouwer, ‘ZSM en de verdediging’, DD 2015/26, afl. 4.

[vii] D.V.A. Brouwer, ‘ZSM en de verdediging’, DD 2015/26, afl. 4.

[viii] Werkgroep ZSM & Rechtsbijstand, ‘Definitief concept’ advies van juli 2013, versie 1.0, p. 4.

[ix] D.V.A. Brouwer, ‘ZSM en de verdediging’, DD 2015/26, afl. 4., p.

[x] L. Lent e.a. ‘De ZSM-werkwijze in praktijk’, NJB 2016/1884.

[xi] Commissie Innovatie Strafrechtadvocatuur, ‘Herbezinning van de rol van de raadsman in de voorfase van het strafproces’, Den Haag, advies van 18 oktober 2012, p. 4.

[xii] E. Sikkema & F. Kristen, ‘Strafbeschikking en ZSM: verschuivingen binnen de strafrechtshandhaving’, in: F. de Jong & R.S.B. Kool (red.), Relaties van gezag en verantwoordelijkheid: strafrechtelijke ontwikkelingen, Kluwer: Deventer 2012, p. 179-205.

 

[xiv] L. Lent e.a. ‘De ZSM-werkwijze in praktijk’, NJB 2016/1884.

[xv] www.om.nl

[xvi] Evaluatierapport, p. 98.

[xvii] L. Lent e.a. ‘De ZSM-werkwijze in praktijk’, NJB 2016/1884.

[xviii] L. Lent e.a. ‘De ZSM-werkwijze in praktijk’, NJB 2016/1884.

[xix] Evaluatierapport, p. 103.

[xx] L. Lent e.a. ‘De ZSM-werkwijze in praktijk’, NJB 2016/1884.

[xxi] www.hetparool.nl.  

[xxii] www.om.nl.  

[xxiii] Officier van Justitie Jetty Bult in een interview met dagblad ‘de Stentor’.

[xxiv] www.radar.avrotros.nl.  

[xxv] ‘Advocaten bij evenementen’ in Opportuun 2015/21, nr. 4, p. 17.

[xxvi] ‘Advocaten bij evenementen’ in Opportuun 2015/21 nr. 4, p. 18.


Identificatieplicht
09mei

Identificatieplicht

Wet op de identificatieplicht (WID) - Door Veronique Wessel Ben ik verplicht om mijn ID te tonen?   De identificatieplicht. Een begrip...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen

Onze sponsoren