Demonstreren op de snelweg: de grens tussen het demonstratierecht en het strafrecht
Bij demonstraties van Extinction Rebellion (XR) komt de verhouding tussen demonstratierecht en verkeersveiligheid naar voren. Volgens het nieuwsbericht van de rechtbank Midden-Nederland werden zes verdachten veroordeeld wegens hun betrokkenheid bij het blokkeren van de A12 en de A2 bij Utrecht op 25 april 2026. De politierechter legde hun een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken op.[1]
Deze manier van demonstreren roept binnen het recht vragen op. Waar ligt de grens tussen het demonstratierecht en het strafrecht? In dit artikel staat de mogelijke schending van artikel 162 Strafrecht (Sr) centraal, waarbij wordt ingegaan op snelweg blokkades tijdens demonstraties.
De vrijheid om te demonstreren:
Artikel 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) beschermt de vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging. Burgers moeten gezamenlijk hun mening kunnen uiten.
Het demonstratierecht is echter niet onbeperkt. Het tweede lid van artikel 11 EVRM staat beperkingen toe wanneer deze bij de wet zijn voorzien, een legitiem doel dienen en noodzakelijk zijn voor de democratische samenleving. Voorbeelden hiervan zijn bescherming van de openbare veiligheid, de openbare orde en de rechten van anderen.
Uit de rechtspraak van het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) volgt dat demonstraties enige hinder mogen veroorzaken.[2] Het verstoren van het normale dagelijkse leven (disruption of ordinary life), betekent niet automatisch dat een demonstratie haar bescherming verliest. Ook tijdelijke verkeershinder kan daarom binnen de reikwijdte van artikel 11 EVRM vallen. Hierdoor wordt van de overheid verwacht dat zij vreedzame demonstraties met een zeker mate van tolerantie benadert. Dit houdt niet in dat iedere blokkade moet worden toegestaan. De blokkade moet dan het bijgevolg zijn van de demonstratie. Denk aan het lopen van een bepaalde route, waardoor de weg moet worden afgezet.[3] Wel moet worden beoordeeld of ingrijpen noodzakelijk en proportioneel is, waarbij onder meer de duur van de blokkade, de locatie en de gevolgen voor de verkeersveiligheid van belang zijn.[4]
Wanneer protest strafbaar wordt:
Tegenover het demonstratierecht staat artikel 162 Sr. Dit artikel stelt onder meer het opzettelijk versperren van een openbare land- of waterweg strafbaar wanneer daardoor gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten is. Het blokkeren van een (snel)weg tijdens een demonstratie kan daarom leiden tot een strafrechtelijke vervolging. Op overtreding van artikel 162 Sr staat een gevangenisstraf van maximaal negen jaar of een geldboete van de vijfde categorie.[5] Omdat hier een gevangenis van acht jaar of meer is gesteld, kan je ook veroordeeld worden voor de voorbereiding van dit misdrijf.[6]
Het enkel blokkeren van de weg is op zichzelf niet strafbaar. Ook zal er moeten worden vastgesteld dat er sprake is van een gedraging die onder concrete omstandigheden een gevaar kan opleveren voor de verkeersveiligheid. Bij een snelwegblokkade kan bijvoorbeeld al sprake zijn van gevaar voor de verkeersveiligheid wanneer automobilisten onverwacht moeten remmen. Zo eist het OM werkstraffen tegen zes klimaatactivisten voor het blokkeren van de A12 op 25 april 2026. In deze zaak ging het er onder andere om dat Extinction Rebellion door wegblokkades files creëerde, waardoor minstens één ambulance gehinderd werd. Dit werd gezien als een gevaar voor de verkeersveiligheid.[7]
Artikel 11 EVRM en artikel 162 Sr beschermen verschillende belangen. Een mogelijke overtreding van artikel 162 Sr betekent echter niet dat het demonstratierecht buiten beschouwing mag blijven. De rechter moet beoordelen of een strafrechtelijke vervolging verenigbaar is met artikel 11 EVRM. Hierbij staat de proportionaliteit centraal. Er moet beoordeeld worden of het optreden noodzakelijk is en de zwaarte ervan in verhouding is tot het nagestreefde doel.
De Europese context:
Het recht op vrijheid van vergadering en betoging is een belangrijk grondrecht, vastgelegd in art. 11 EVRM. Toch kan een demonstratie leiden tot verstoring van de openbare orde. De vraag is dan in hoeverre de overheid mag ingrijpen. Dit kwam aan de orde in de zaak Kudrevičius e.a. tegen Litouwen. In deze zaak werden vijf boeren, waaronder Kudrevičius, veroordeeld vanwege het blokkeren van snelwegen met tractoren. Twee boeren hadden de acties georganiseerd en drie anderen hadden eraan deelgenomen. Ze kregen allemaal een voorwaardelijke gevangenisstraf van 60 dagen. Daarnaast mochten ze gedurende een jaar niet langer dan zeven dagen hun woonplaats verlaten zonder toestemming.
Het EHRM onderzocht of hiermee het recht op vrijheid van vergadering en betoging in de zin van art. 11 EVRM, was geschonden. De Grote Kamer oordeelde unaniem dat de strafrechtelijke veroordelingen gerechtvaardigd waren, omdat de boeren de openbare orde en de rechten van anderen ernstig hadden verstoord. Het Hof benadrukte dat vreedzame demonstraties beschermd zijn, ook wanneer deze overlast veroorzaken of anderen beledigen. De overheid mag demonstranten daarom niet zomaar straffen, omdat dit mensen kan ontmoedigen om te demonstreren. Wel zijn beperkingen mogelijk wanneer demonstranten bewust ernstige verstoringen veroorzaken. Het vooraf aanmelden van een demonstratie is op zichzelf niet voldoende om het demonstratierecht te beperken.[8]
In deze zaak hadden de boeren toestemming gekregen om op bepaalde plaatsen te demonstreren tegen de dalende prijzen in de landbouwsector, maar zij blokkeerden gedurende twee dagen drie belangrijke snelwegen in Litouwen. Hierdoor ontstonden lange files. Volgens het Hof was deze ernstige verkeershinder bewust veroorzaakt om aandacht te krijgen voor de problemen van de boeren. De blokkade ging daardoor verder dan de normale overlast die bij een demonstratie hoort. Ook hield het Hof rekening met het optreden van de politie, die terughoudend handelde en probeerde de situatie te de-escaleren.De opgelegde straffen werden bovendien als proportioneel beschouwd. Daarom concludeerde het Hof dat het demonstratierecht uit art. 11 EVRM niet was geschonden.[9]
Wegblokkades en klimaatactivisme: de zaak XR
Zoals in de inleiding benoemd heeft de rechtbank zes activisten van XR veroordeeld voor een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken. Dit is gedaan naar aanleiding van een demonstratie, waarbij de A12 en A2 bij Utrecht opzettelijk geblokkeerd zijn.
Om te beoordelen of sprake was van een overtreding van artikel 162 Sr, heeft de politierechter ten eerste vastgesteld dat er sprake was van een opzettelijke versperring van de weg. De verdachten hadden hun voertuigen opzettelijk tot stilstand gebracht op de A12. Vervolgens beoordeelde de politierechter of gevaar voor de verkeersveiligheid te duchten was. Artikel 162 Sr is een abstract gevaarzettingsdelict. Dit houdt in dat het gevaar zich niet daadwerkelijk hoeft te verwezenlijken. Wel moet het gevaar naar algemene ervaringsregels voorzienbaar zijn. De A12 behoort tot het hoofdwegennet in Nederland. Volgens de politierechter was het dus voorzienbaar dat de blokkade zou leiden tot chaotische en daarmee gevaarlijke verkeerssituaties op die wegen en andere wegen in de omgeving van Utrecht. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat de kans op kop-staart botsingen bij files groter is. De verdediging voerde aan dat de demonstraties waren aangekondigd, waardoor de bevoegde instanties voorzorgsmaatregelen hadden kunnen treffen. De politierechter achtte dit argument onvoldoende om het voorzienbare gevaar weg te nemen. Hoewel de demonstratie was aangekondigd, was niet bekendgemaakt op welke locatie op de A12 deze zou plaatsvinden. Hierdoor konden de autoriteiten zich niet voldoende op de concrete blokkade voorbereiden. Op grond van deze omstandigheden concludeerde de politierechter dat aan de bestanddelen van artikel 162 Sr was voldaan. Vervolgens moest worden beoordeeld of de strafrechtelijke aansprakelijkheid en de daaruit voortvloeiende beperking van het demonstratierecht verenigbaar waren met artikel 11 EVRM.
Op grond van artikel 11 lid 2 EVRM kan een beperking gerechtvaardigd zijn indien zij bij wet is voorzien, een legitiem doel dient en noodzakelijk is in de democratische samenleving. Ten eerste is artikel 162 Sr voldoende concreet en toegankelijk. Hierdoor is de beperking van het demonstratierecht bij wet voorzien.[10] Ten tweede diende de beperking een legitiem doel. De politierechter wijst daarbij op de bescherming van de openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheid en de bescherming van de gezondheid en de rechten en vrijheden van anderen.Ten derde beoordeelde de politierechter of de beperking noodzakelijk was in een democratische samenleving. Daarbij weegt het gevaar voor de verkeersveiligheid zwaar mee. Ook is in de overweging meegenomen dat er gevaar voor de gezondheid van anderen ontstond. Dit komt voort uit de verstoring van hulpdiensten en de opkomsttijden van personeel van hulpdiensten, zorginstellingen en ziekenhuizen door het verkeersinfarct. Uit onderzoek blijkt dat minstens één ambulance gehinderd was als gevolg van de demonstratie. Bij de beoordeling betrekt de politierechter tevens dat een redelijk alternatief was geboden voor het uitoefenen van het demonstratierecht.
De politierechter kwam tot het oordeel dat de strafrechtelijke reactie op de snelweg blokkade geen ontoelaatbare beperking van het demonstratierecht opleverde. De veroordelingen en de opgelegde straffen zijn daarom in overeenstemming met artikel 11 EVRM.[11]
Botsende belangen: de grenzen van het demonstratierecht
In beide zaken stond de vraag centraal of het blokkeren van snelwegen tijdens een demonstratie een gerechtvaardigde beperking van het demonstratierecht uit artikel 11 EVRM oplevert. In beide zaken oordeelde de rechter dat de strafrechtelijke veroordelingen verenigbaar waren met dit artikel.
Een belangrijke overeenkomst is dat de demonstranten bewust snelwegen blokkeerden en daarmee het dagelijks leven ernstig verstoorden. In Kudrevičius blokkeerden boeren gedurende twee dagen belangrijke snelwegen om aandacht te vragen voor de dalende landbouwprijzen. In de zaak van Extinction Rebellion blokkeerden activisten de A12 en A2 bij Utrecht. In beide gevallen werd geoordeeld dat de gevolgen van de blokkades verder gingen dan de normale hinder die bij een demonstratie hoort. Er zijn ook verschillen. In Kudrevičius lag de nadruk op het bewust veroorzaken van ernstige verkeershinder om aandacht te krijgen voor de standpunten van de demonstratie. In de XR-zaak speelde vooral het voorzienbare gevaar voor de verkeersveiligheid een belangrijke rol. Ook werd rekening gehouden met de mogelijke belemmering van hulpdiensten en de gevolgen daarvan voor de gezondheid van anderen. Hoewel de XR-demonstratie was aangekondigd, was de exacte locatie van de blokkade niet bekendgemaakt, waardoor de autoriteiten zich onvoldoende konden voorbereiden.
Beide zaken laten dus zien dat het demonstratierecht niet onbeperkt is. Vreedzame demonstraties worden beschermd door artikel 11 EVRM, maar wanneer demonstratie bewust ernstige verstoringen of veiligheidsrisico's veroorzaken, kan strafrechtelijk optreden gerechtvaardigd zijn. Daarbij moet wel worden beoordeeld of de opgelegde sancties in verhouding staan tot de ernst van het gedrag.
Voetnoten:
[1] Rechtbank Midden-Nederland, 9 september 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6219.
[2] EHRM (GK) 15 oktober 2015 (Kudrevičius t. Litouwen), appl.nr. 37553/05.
[3] Meindersma 2009.
[4] Europees verdrag voor de rechten van de mens, Rome 4 november 1950 (Trb. 1951, 154), art. 11.
[5] Wetboek van Strafrecht (Stb. 1881, 35), art. 162.
[6] Rechtbank Den Haag 13 januari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:174 en art 46 Sr.
[7] NOS, 26 augustus 2026, 'OM eist werkstraffen tegen zes klimaatactivisten voor blokkeren A12'.
[8] Noorloos, L. A. van. (2023). Strafrechtelijk optreden tegen wegblokkades en het recht op vreedzame betoging: het EHRM in Kudrevičius t. Litouwen. Boom Strafblad, 4(6), 291-297.
[9] EHRM (GK) 15 oktober 2015 (Kudrevičius t. Litouwen), appl.nr. 37553/05.
[10] Art. 11 lid 2 EVRM
[11] Rechtbank Midden-Nederland, 9 september 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6219.
Reacties
Log in om de reacties te lezen en te plaatsen