Juridische publicaties

Achter de maatregel: de geschiedenis van de tbs

Het is en blijft een van de meest veelbesproken maatregelen in het Nederlandse sanctiestelsel: de tbs-maatregel, oftewel de terbeschikkingstelling. De maatregel heeft vanaf de invoering van het Wetboek van Strafrecht in 1886 een lange ontwikkeling doorgemaakt.[1] In dit wetboek stond opgenomen dat iemand niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor het plegen van een delict, als hij aan een ‘gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens’ lijdt. Daders die volledig ontoerekeningsvatbaar werden verklaard, konden vanaf 1886 gedwongen worden opgenomen in een psychiatrische inrichting, destijds vaak een krankzinnigengesticht genoemd.[2]

De tbr-maatregel, voluit de terbeschikkingstelling van de regering en de voorloper van tbs, is ontstaan omdat plaatsing van ontoerekeningsvatbare daders in een psychiatrisch ziekenhuis onvoldoende bescherming bleek te bieden voor de samenleving.[3] De rechter had namelijk geen invloed op de duur van opname in een krankzinnigengesticht.[4] Daders werden door het hoofd van het gesticht ontslagen als zij geacht werden voldoende van hun krankzinnigheid te zijn genezen, zonder dat men daarbij veel rekening hield met het gevaar dat een dader daarna voor de samenleving zou kunnen vormen.

De ontwikkeling van de maatregel

Om dit probleem aan te pakken, werd in 1928 een nieuwe maatregel ingevoerd: de tbr.. Deze maatregel is bedoeld voor de zogenoemde ‘toerekeningsvatbare psychopaat’. Daarom noemde men deze regelingen de Psychopatenwetten 1925/1928.[5] De rechter kon met deze nieuwe regeling een gecombineerd vonnis uitspreken, namelijk gevangenis voor het deel waarvoor de dader schuldig wordt geacht, en tbr voor de rest om de samenleving tegen hem te beschermen.[6]

Al snel bleek deze wetgeving te weinig rekening te houden met een middengroep van daders, namelijk daders die verminderd toerekeningsvatbaar zijn. Toerekenbaarheid ziet op het verband tussen de stoornis en het feit. Dat verband moet er zijn geweest ten tijde van het plegen van het delict om verminderd toerekeningsvatbaar of volledig ontoerekeningsvatbaar te worden verklaard; er moet dus een causaal verband zijn.[7] Volgens de klassieke vergeldingsleer moesten verminderd toerekeningsvatbare daders een lagere straf krijgen, omdat zij minder schuld hadden aan het feit.[8] Later bleek in het baanbrekende Zwarte Ruiter-arrest van de Hoge Raad in 1957 dat de mate van schuld niet zonder meer de hoogte van de straf bepaalt.[9] De rechter kan andere factoren laten meewegen, zoals de noodzaak van beveiliging van de maatschappij, de persoon van de verdachte, de ernst van het feit en de omstandigheden. De verdachte in dit arrest was verminderd toerekeningsvatbaar, maar kreeg toch een lange straf in combinatie met tbr.

De aanhangers van de vergeldingsleer en de moderne leer verschilden van mening over het opleggen van gevangenisstraffen in combinatie met tbr. De aanhangers van de vergeldingsleer wilden een straf voor verminderd toerekeningsvatbaar verklaarden en daarop volgend tbr. De aanhangers van de moderne richting hadden meer belangstelling voor een geïndividualiseerde strafrechtspleging. Volgens hen moest de aard en duur van de sanctie niet in verhouding staan tot de ernst van het delict, maar tot de gevaarlijkheid van de dader.[10]

Capaciteitsproblemen en maatschappelijke discussie

Een terugkerend probleem bij de toepassing van de tbr bleek de capaciteit. De tbr werd toen vaak toegepast bij diefstal of verduistering. Het aantal terbeschikkinggestelden groeide daardoor sneller dan het aantal plaatsen in de gestichten toenamen. Hierdoor raakten de inrichtingen snel vol. In 1933 werd daarom een tijdelijke Psychopathennoodwet, ook wel de Stopwet ingevoerd.[11] Door deze maatregel mocht tbr alleen opgelegd worden als er een ernstig delict was gepleegd en als de kans op recidive groot werd geacht. Tbr werd daarna vaker opgelegd aan daders van zedenmisdrijven. Deze Stopwet gold tot 1945.[12]

Na de oorlog steeg het aantal terbeschikkingstellingen sterk. Deels kwam dit door het eindigen van de Stopwet, en deels door de toestand van het land, waarbij er een sterke behoefte was aan een beveiligingsmaatregel en orde in de samenleving.[13]

Na de oorlog veranderde de opvatting dat opsluiting van de terbeschikkinggestelden genoeg was. Er werden behandelingsmethoden ontwikkeld en toegepast, en de Stopwet werd ingetrokken. Dit zou moeten leiden tot grotere veiligheid voor de samenleving. De capaciteitsproblemen bleven echter. Het kwam in die tijd ook al vaak voor dat daders die de maatregel opgelegd kregen, nog niet in de kliniek terecht konden wegens gebrek aan plaatsen. Zij zaten, en zitten, dan geen gevangenisstraf uit, maar worden wel vastgehouden in de gevangenis terwijl ze wachten op plaatsing in een kliniek.[14] Dit wordt de passantenproblematiek genoemd, en dit is tegenwoordig nog steeds een probleem.[15] Ook had men weinig vertrouwen in de maatregel eind jaren 50, waardoor de rechter naast tbr ook hoge vrijheidsstraffen oplegde.[16] De focus lag minder op genezing en meer op maatschappelijke aanpassing van de delinquent. Het aantal tbr-stellingen daalde echter weer in de jaren zestig en zeventig, omdat het besef kwam dat deze maatregel een ultimum remedium was voor daders van ernstige delicten.[17] De gemiddelde behandelingsduur steeg daarentegen wel.

Op 1 september 1988 veranderde tbr in tbs, kortweg terbeschikkingstelling. Tbs kende vanaf dat moment twee modaliteiten: namelijk met aanwijzingen, wat tegenwoordig de tbs met voorwaarden is, en de tbs met dwangverpleging.[18] De cumulatie van een gevangenisstraf en de tbs-maatregel werd toegestaan. De primaire doelstelling van tbs bleef de beveiliging van de samenleving en de behandeling van de delinquent.

Terug naar het heden

Uit onderzoek blijkt dat sinds de tenuitvoerlegging van de tbs sprake is van minder recidive.[19] Tot op dit moment zijn de wettelijke voorwaarden voor de oplegging van tbs in de kern hetzelfde gebleven: een psychische afwijking, wettelijke bepaalde indexdelicten en gevaar voor de samenleving door recidive.[20] Het aantal tbs-opleggingen blijft schommelen. Zij veroorzaakt, net als in het verleden, problemen bij de plaatsing in een kliniek en de doorstroom.[21] Of dit in de toekomst wederom zal veranderen, zal de tijd moeten leren.


Bibliografie


[1] ‘De geschiedenis van tbs’, TBS Nederland 2023.

[2] ‘De geschiedenis van tbs’, TBS Nederland 2023.

[3] Bleichrodt & Vegter 2021, p. 175-179.

[4] Van Zeijst 1993, p. 39-56.

[5] Bleichrodt & Vegter 2021, p. 175-179.

[6] ‘De geschiedenis van tbs’, TBS Nederland 2023.

[7] HR 17 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1295.

[8] Van Zeijst 1993, p. 39-56.

[9] HR 10 september 1957, ECLI:NL:HR:1957:2.

[10] Van Zeijst 1993, p. 39-56.

[11] Bleichrodt & Vegter 2021, p. 175-179.

[12] Van Zeijst 1993, p. 39-56.

[13] Van Zeijst 1993, p. 39-56.

[14] Rb. Midden-Nederland 6 maart 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1008.

[15] Rb. Midden-Nederland 6 maart 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1008.

[16] Bleichrodt & Vegter 2021, p. 175-179.

[17] Van Zeijst 1993, p. 39-56.

[18] Bleichrodt & Vegter 2021, p. 175-179.

[19] Bleichrodt & Vegter 2021, p. 175-179.

[20] Vegter, Sanctierecht 2023/30.

[21] Vegter, Sanctierecht 2023/30.


Toestemming van de Nederlandse regering voor een bankoverval: Last van hongersnood? Ga dan de staatsbank leegroven.
19mrt

Toestemming van de Nederlandse regering voor een bankoverval: Last van hongersnood? Ga dan de staatsbank leegroven.

  Inleiding Tijdens de Tweede Wereldoorlog oefende de Duitse bezetter de feitelijke macht uit over het Nederlandse grondgebied, terwijl...

De internationale samenwerking en rol van Nederland in de Sky ECC-operaties
26feb

De internationale samenwerking en rol van Nederland in de Sky ECC-operaties

Het is inmiddels al een aantal jaren geleden dat het onderzoek naar Sky ECC startte, maar het is nog steeds een actueel onderwerp in de...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen