Toestemming van de Nederlandse regering voor een bankoverval: Last van hongersnood? Ga dan de staatsbank leegroven.
- Inleiding
Tijdens de Tweede Wereldoorlog oefende de Duitse bezetter de feitelijke macht uit over het Nederlandse grondgebied, terwijl de Nederlandse regering naar Londen was uitgeweken.[1] De Nederlandse regering gaf vanuit Londen regelmatig berichten via de radio door naar Nederland. Zo ook in november 1944. De koningin gaf via de radio een verzetsgroep toestemming voor het plegen van een bankoverval. Bij deze bankoverval werd de grootste buit aller tijden gemaakt, namelijk ruim 46 miljoen gulden. De opbrengst was bedoeld om het verzet en de voedselvoorziening tijdens de Hongerwinter te ondersteunen.[2]
Dit artikel bespreekt eerst het juridisch kader van de bezetting volgens het Landoorlogreglement. Vervolgens wordt de bankoverval van Almelo beschreven en wordt geanalyseerd welke rol de regering in ballingschap juridisch gezien speelde bij deze verzetsdaad.
- Bevoegdheidsverdeling in tijden van oorlog
Het Landoorlogreglement (hierna: LOR), vastgesteld tijdens de Tweede Haagse Vredesconferentie van 1907, vormde tijdens de Tweede Wereldoorlog het belangrijkste internationale juridische kader voor bezettingssituaties. Het reglement was door 44 landen ondertekend, waaronder Nederland en Duitsland.[3]
Artikel 43 LOR regelt dat de bezetter alle maatregelen neemt om de openbare orde te herstellen en te verzekeren met eerbiediging van de in het land geldende wetten. Formeel hield de regeling in dat de facto machthebber (de Duitsers) de orde in Nederland moest bewaren. Tegenover deze feitelijke machtspositie stond de Nederlandse regering, die op 13 mei 1940 met koningin Wilhelmina naar Londen uitweek. Deze regering wordt doorgaans aangeduid als de regering in ballingschap. Hoewel zij het grondgebied niet controleerde, bleef zij juridisch gezien de legitieme overheid van Nederland.[4]
Het LOR bevat ook bepalingen ter bescherming van eigendom. Artikel 46 stelt dat de eer, de rechten van het gezin en de particuliere eigendom moeten worden geëerbiedigd. Artikel 47 verbiedt plundering expliciet. De aanwijzingen die bij dit reglement horen, bevatten ook een nuance. De bezetter mocht bestaande wetten slechts buiten werking stellen of nieuwe voorschriften uitvaardigen wanneer dit ‘volstrekt noodzakelijk’ was voor het herstel van de openbare orde. Hiermee werd een noodzakelijkheidsexceptie geformuleerd.
Het LOR zwijgt echter over een belangrijk onderwerp: verzetsdaden. Het reglement bepaalt wel wat een bezetter wel en niet mag doen, maar geeft geen duidelijke regels over de juridische status van verzet tegen de bezetter. Dit creëerde tijdens de oorlog een juridisch grijs gebied. Verzetsdaden waren vaak strafbaar volgens het geldende nationale recht, maar konden tegelijkertijd worden gezien als handelingen in het nationale belang.
De bankoverval in Almelo vormt een goed voorbeeld. Formeel was een bankoverval in strijd met het Wetboek van Strafrecht en met het verbod op plundering uit artikel 47 LOR. Tegelijkertijd was de buit bedoeld om voedsel en ondersteuning voor het verzet te financieren. Vanuit dat perspectief kon worden betoogd dat sprake was van een handeling in het nationale belang.
Ondanks de bezetting - waar de Duitsers de taak hadden om de orde te bewaren - bleef de Nederlandse regering juridisch gezien het hoogste staatsgezag. De soevereiniteit van de staat ging volgens het LOR immers niet over op de bezetter. Vanuit Londen bleef de regering koninklijke besluiten vaststellen op basis van de Grondwet van 1938 .
- De grootste bankroof aller tijden
In september 1944 riep de Nederlandse regering vanuit Londen het spoorwegpersoneel op tot een staking. Ongeveer dertigduizend medewerkers van de Nederlandse Spoorwegen legden het werk neer. De Duitse bezetter reageerde hard en stopte het transport van voedsel naar het westen van Nederland. Dit leidde tot de Hongerwinter.[5] Dit was dan ook de aanleiding van de bankroof die twee maanden na de spoorwegstaking plaatsvond.
Een belangrijke rol in de bankoverval werd gespeeld door Derk Smoes uit Almelo. Hij was 25 jaar toen de oorlog begon en had jarenlang bij de bank in het centrum van Almelo gewerkt. Tijdens de Hongerwinter hoorde hij dat de Duitsers grote hoeveelheden geld naar deze bank hadden overgebracht. Smoes stelde aan zijn verzetsgroep voor om de bank te overvallen. Het plan was om het geld te gebruiken om voedsel en andere middelen voor het verzet te financieren. De verzetsgroep wilde niet het risico lopen dat hun verzetsdaad na de oorlog als gewone criminaliteit zou worden beschouwd. Daarom werd via de Binnenlandse Strijdkrachten toestemming gevraagd aan de Nederlandse regering in Londen.[6]
Op 7 november 1944 ontving Smoes toestemming van Koningin Wilhelmina dat via een gecodeerd radiobericht werd doorgegeven:
“Als banken worden aangevallen is het echter van belang dat de 150 miljoen gulden om voor de hand liggende redenen niet in omloop komt. U moet bepalen welk bedrag zal worden gebruikt voor illegale (activiteiten, red.) en de rest moet veilig worden weggegooid of vernietigd.”[7]
De regering stelde bij de toestemming een belangrijke voorwaarde: het geld mocht uitsluitend worden gebruikt voor illegale activiteiten van het verzet. De rest van het geld mocht niet in omloop komen en moest worden verborgen of vernietigd. De regering bemoeide zich dus niet met de uitvoering van de overval.[8]
Op 15 november 1944 voerde Smoes samen met negen andere verzetslieden de overval uit. De verzetsgroep maakte in totaal 46,2 miljoen gulden buit. Het geld werd met een vrachtwagen vervoerd en later overgeladen op een paard en wagen. Uiteindelijk werd de buit verborgen op een boerderij tussen hooibergen.[9]
Na de overval waarschuwden de bankmedewerkers de autoriteiten. De Duitse bezetter startte een grootschalig onderzoek en arresteerde meerdere bankmedewerkers voor verhoor. Smoes dook onder, maar werd op 29 november 1944 gearresteerd. Tijdens zijn verhoor dreigden de Duitsers de hele regio te doorzoeken als hij de locatie van het geld niet zou prijsgeven. Uit angst dat onderduikers zouden worden ontdekt, besloot Smoes uiteindelijk de locatie van het geld te onthullen. Op 30 november werd de volledige buit door de Duitsers teruggevonden. Verschillende leden van de verzetsgroep werden gearresteerd en naar concentratiekampen gestuurd. Smoes overleed op 14 maart 1945 in een concentratiekamp.[10]
- Juridische legitimatie van de bankoverval
Zoals hierboven beschreven, regelt het Landoorlogreglement de machtsverhouding tussen de bezetter en de nationale regering. Het reglement bevat geen specifieke bepalingen over verzetsdaden. Of de Nederlandse regering toestemming had mogen geven voor de bankoverval is een complexe vraag. Volgens het formele recht was de overval verboden, want zowel het Wetboek van Strafrecht als het LOR verbieden plundering en diefstal. Tegelijkertijd bleef de Nederlandse regering tijdens de bezetting de legitieme wetgevende macht. Betoogt kan worden dat de regering impliciet erkende dat de noodsituatie – veroorzaakt door de Hongerwinter en de Duitse maatregelen – zwaarder woog dan het formele verbod op de overval. De voorwaarde die de regering stelde, namelijk dat het geld uitsluitend voor verzetsactiviteiten gebruikt mocht worden, laat zien dat zij een grens probeerde te trekken tussen verzetsdaad en gewone criminaliteit.
- Conclusie
De bankoverval van Almelo vond plaats in een juridisch complexe situatie. De Duitse bezetter oefende feitelijke macht uit, terwijl de Nederlandse regering in ballingschap de constitutionele legitimiteit behield. De toestemming van de regering in ballingschap voor de bankoverval kan worden gezien als een poging om verzetsdaden juridisch te legitimeren binnen deze uitzonderlijke omstandigheden. Hoewel het Landoorlogreglement hiervoor geen expliciete grondslag biedt, toont deze gebeurtenis hoe juridische verantwoordelijkheid en politieke noodzaak in oorlogstijd sterk met elkaar samenhangen.
Krake 2022
F. Krake, Verzetsvrienden roofden in 1944 miljoenen guldens uit De Nederlandsche Bank, Historiek 13 september 2022.
Bibliografie
[1] Art. 43 LOR.
[2] ‘Bankroof te Almelo opgehelderd’, De courant Het nieuws van den dag, 4 december 1944.
[3] Het Landoorlogreglement (Stb. 1910, 73).
[4] ‘De Nederlandse regering in ballingschap’, nationaalarchief.nl.
[5] ‘De spoorwegstaking van 1944’, isgeschiedenis.nl.
[6] De grootste bankroof aller tijden: dit is het verhaal (documentaire), RTV Oost 22 maart 2022.
[7] T. van der Mee 2022.
[8] ‘Bankoverval Almelo die F 46.150.000 oplevert’, Twentsch dagblad Tubantia 23 oktober 1964.
[9] Krake 2022.
[10] ‘Bankoverval van het verzet in 1944’, isgeschiedenis.nl.
Reacties
Log in om de reacties te lezen en te plaatsen