Juridische publicaties

De soevereine beweging en terrorisme

Inleiding

In het andere artikel van deze maand is de soevereine beweging geïntroduceerd. De beweging bestaat uit mensen met de overtuiging dat zij levende mensen van vlees en bloed zijn. De overheid is volgens hen een bedrijf en het Nederlandse recht geldt alleen als de levende mens hiermee heeft ingestemd. Deze beweging kan, zoals Niels in het vorige artikel beschreef, in verschillende categorieën worden geplaatst. De meeste aanhangers beperken zich tot papieren brieven die zij naar overheidsinstanties sturen waarin zij aangeven niet onder de Nederlandse rechtsmacht te vallen. Een minderheid lijkt echter elementen van het gedachtegoed te combineren met radicalisering en strafbare gedragingen. Zij bewapenen zich, organiseren burgerarresten en spreken openlijk over geweld.[1] Het aanhangen van soeverein gedachtegoed is op zichzelf niet strafbaar. Er is echter een kleine groep mensen die het gedachtegoed probeert te realiseren op strafbare wijze. In de praktijk worden rechters geconfronteerd met pseudo-juridische argumenten. Twee recente strafzaken vormden de aanleiding voor dit artikel.

 

CLNE-zaak

Het Openbaar Ministerie heeft in 2024 een groep mensen opgepakt die lid waren van de Common Law Nederland Earth (hierna: CLNE). De reden van de arrestatie is een oproep van de oprichters om ‘gezagsdragers te arresteren en te berechten’, dit fenomeen staat ook wel bekend als burgerarresten. Het Openbaar Ministerie beschuldigde de verdachten van het medeplegen van deelneming aan een terroristische organisatie, ogv o.a. art. 140a en 83a Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Daarnaast werden ze verdacht van betrokkenheid bij de handel in illegale wapens. De rechtbank oordeelde op 28 november 2025 dat het terroristische oogmerk niet kon worden vastgesteld. Wel stond vast dat het ging om een criminele organisatie. De strafeisen van het Openbaar Ministerie liepen uiteen van één tot zeven jaar gevangenisstraf. De opgelegde straffen verschillen per verdachte en de hoogste opgelegde gevangenisstraf was 36 maanden.[2]

 

Barracuda

In juni 2025 heeft het Openbaar Ministerie acht verdachten gearresteerd en beschuldigd van deelname aan een terroristische organisatie. De aanleiding van deze arrestatie was een opgenomen gesprek in een auto, waarin drie van de verdachten een gesprek voerden over het plegen van een bomaanslag bij de NAVO. Bij de aanhouding werden wapens, gasmaskers en illegaal vuurwerk in beslag genomen. In deze zaak vermoedt het Openbaar Ministerie dat de soevereine groep een concrete aanslag aan het voorbereiden was. De zaak bevindt zich momenteel nog in de pro-forma fase. Alle verdachten zijn in afwachting van de inhoudelijke behandeling inmiddels voorwaardelijk in vrijheid gesteld. De rechters in deze zaak zullen opnieuw de grenzen van art. 140a Sr bespreken. Is de combinatie van soeverein gedachtegoed, wapenbezit en gesprekken over een bomaanslag voldoende om tot een bewezenverklaring van een terroristisch oogmerk te komen?[3]

 

Beide zaken roepen de vraag op of een anti-overheidsbeweging waarvan wordt vermoed dat zij voorbereidingen trof voor een aanslag, aangemerkt kan worden als criminele of terroristische organisatie in de zin van art. 140a Sr.

 

Juridisch kader

Het juridisch kader van deelname aan een organisatie met het oogmerk het plegen van terroristische misdrijven is artt. 83, 83a en 140a Sr. Art. 83 Sr. bepaalt wat onder een terroristisch misdrijf wordt verstaan, met de voorwaarde dat die misdrijven begaan zijn met terroristisch oogmerk. Wat onder een terroristisch oogmerk valt, is geregeld in art. 83a Sr. Onder terroristisch oogmerk wordt verstaan:

 

  • een bevolking of deel der bevolking van een land ernstige vrees aanjagen,
  • dan wel een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden,
  • dan wel de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.

 

In art. 140a Sr stelt de deelname aan een organisatie die tot oogmerk het plegen van terroristische misdrijven heeft, strafbaar. De vereisten voor een veroordeling zijn dus een samenwerkingsverband met het oogmerk gericht op het plegen van een specifiek misdrijf, art. 83 Sr. Daarnaast moet er sprake zijn van het terroristische oogmerk in de zin van art. 83a Sr. Dit wordt ook wel een dubbel oogmerkvereiste genoemd. De deelnemer moet weten dat de organisatie dat oogmerk heeft én moet de intentie hebben bij te dragen aan de verwezenlijking daarvan. Het belang van deze kwalificatie zit hem in het strafmaximum dat 15 jaar gevangenisstraf bedraagt. Als er enkel sprake is van een criminele organisatie in de zin van art. 140 Sr. staat er een strafmaximum van zes jaar op. Bij een veroordeling voor deelneming aan een criminele organisatie blijft dit delict tien jaar op het strafblad staan. Bij een veroordeling voor deelneming aan een terroristische organisatie blijft het tachtig jaar op het strafblad staan, wat in het kader van re-integratie een aanzienlijk verschil betekent.[4]

 

Toepassing van het terroristisch oogmerk

De soevereinen willen zich onttrekken aan de overheid. Dit is op zichzelf geen criterium van het terroristische oogmerk. Bij de beoordeling van art. 140a Sr lijkt het zwaartepunt te liggen bij het bewijs van het terroristisch oogmerk. Het enkele bestaan van anti-overheids gevoelens of het aanhangen van soeverein gedachtegoed is daarvoor onvoldoende. De jurisprudentie laat zien dat de rechter terughoudend is met het aannemen van een deelneming aan terroristische organisatie wanneer sprake is van radicale overtuigingen zonder voldoende concrete aanwijzingen voor het plegen van terroristische misdrijven. Dat bleek ook in de CLNE-zaak, waarin wel een crimineel samenwerkingsverband werd vastgesteld, maar het terroristische karakter niet bewezen kon worden.

 

Daarbij speelt een belangrijke rol dat niet alleen moet worden gekeken naar de ideologie van de organisatie, maar ook naar de concrete gedragingen van de leden. Factoren zoals wapenbezit, het oproepen tot burgerarresten en uitingen van geweld kunnen bijdragen aan het bewijs, maar zijn niet automatisch voldoende om een terroristisch oogmerk aan te nemen. In de Barracuda-zaak zijn de omstandigheden anders, omdat sprake zou zijn van gesprekken over een mogelijke bomaanslag op een NAVO-bijeenkomst. Indien blijkt dat deze plannen voldoende concreet waren en gericht op het beïnvloeden van overheidsoptreden of het veroorzaken van maatschappelijke ontwrichting, kan dit eerder binnen de reikwijdte van het terroristische oogmerk vallen.

 

Conclusie

De besproken zaken laten zien dat de kwalificatie van een soevereine beweging als terroristische organisatie juridisch complex is. Het aanhangen van anti-overheidsopvattingen of soeverein gedachtegoed is op zichzelf niet strafbaar en levert evenmin automatisch een terroristisch oogmerk op. Voor toepassing van art. 140a Sr geldt een dubbel oogmerkvereiste: niet alleen moet de organisatie gericht zijn op terroristische misdrijven, ook moet worden vastgesteld dat sprake is van het specifieke oogmerk zoals bedoeld in art. 83a Sr. De CLNE-uitspraak toont aan dat rechters terughoudend omgaan met deze kwalificatie. De Barracuda-zaak kan mogelijk een verdere verduidelijking geven van de grenzen van art. 140a Sr.

 

 

 

 


Bibliografie


Geurtjens 2024
 K. Geurtjens e.a., Omgang met mensen die zich soeverein verklaren. Ervaringen, wijsheden, dilemma’s en  behoeften van lokale ambtenaren en professionals, Centre of Expertise Veiligheid & Veerkracht, Avans Hogeschool 2024.

Met de rug naar de samenleving 2024
Met de rug naar de samenleving, een analyse van de soevereinenbeweging in Nederland, bijlage bij Kamerstukken II 2023/24, 29754, nr. 701.

 

Jurisprudentielijst

 

Rb Rotterdam 28 november 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:13804.

 

Rb Rotterdam 28 november 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:13805.

 

Rb Rotterdam 28 november 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:13806

 

HR 8 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:12.

 


[1] Geurtjens 2024 en Met de rug naar de samenleving 2024.

[2]Rb Rotterdam 28 november 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:13804. Rb Rotterdam 28 november 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:13805. Rb Rotterdam 28 november 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:13806 en ‘Celstraffen voor wapenhandel en deelname criminele organisatie’, rechtspraak.nl.

[3] ‘Strafzaak Barracuda’, rechtspraak.nl. ‘Opnieuw verdacht opgepakt in grote zaak rond soevereinen’, trouw.nl. ‘Verdachte soevereinen langer vast: “Ernstige verdenking terroristische misdrijven’, omropfryslan.nl.

[4] HR 8 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:12.


Ik erken u niet, edelachtbare
23mei

Ik erken u niet, edelachtbare

Naar schatting zijn er in Nederland enkele tienduizenden mensen die in meer of mindere mate het soevereine gedachtegoed aanhangen. Zij...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen