Juridische publicaties

Ik erken u niet, edelachtbare

Naar schatting zijn er in Nederland enkele tienduizenden mensen die in meer of mindere mate het soevereine gedachtegoed aanhangen. Zij verwerpen de legitimiteit van de Nederlandse overheid en haar instituties. Zij beroepen zich op een eigen rechtsorde en onttrekken zich aan de werking van de wet. Veel soevereinen proberen zo autonoom mogelijk te leven en blijven daarbij binnen de grenzen van de wet. Een kleinere groep weigert actief te voldoen aan wettelijke verplichtingen, intimideert ambtsdragers of organiseert zich in structuren die gericht zijn op gewapend verzet tegen de overheid.[1]

Dit artikel bespreekt welke kenmerken de soevereinenbeweging typeren, op welke wijze die zich manifesteren in strafrechtelijk relevante gedragingen en welke problemen het Openbaar Ministerie ondervindt bij de aanpak daarvan.

 

De grondslagen van de beweging

De soevereinenbeweging is geen Nederlands fenomeen. De ideologische wortels liggen in de Verenigde Staten, waar in het begin van de jaren zeventig de ‘Posse Comitatus’ontstond. Dit was een radicaal-rechtse, anti-overheidsbeweging opgericht door William Potter Gale. Centraal in dit gedachtegoed stond de opvatting dat de Amerikaanse overheid haar legitimiteit had verloren en dat het ‘common law’ als hogere rechtsorde boven het positieve recht ging. De beweging combineerde belastingprotest, complottherieën over het bankwezen en een pseudojuridisch[2] instrumentarium dat later de kern zou vormen van wat bekend werd als de sovereign citizen-beweging.           
            Via het internet verspreidden deze ideeën zich vanaf de jaren negentig naar Canada, het Verenigd Koninkrijk, Australië en naar continentaal Europa[3]. In Duitsland vonden zij een voedingsbodem in de Reichsbürgerbewegung, die het bestaan van de Bondsrepubliek als zodanig ontkent. Vanuit die Duitse variant waaide het gedachtegoed over naar Nederland, waar het de kern vormt van wat hier als de soevereinenbeweging bekend is geworden[4].

            Mr. dr. L.O. de Boer[5] stelt in dit verband vast dat de pseudojuridische argumenten van Nederlandse soevereinen overwegend ‘knip-en-plakwerk’ zijn[6].

 

Het soevereine gedachtegoed rust op een aantal juridische claims die een samenhangend wereldbeeld vormen. Het vertrekpunt is de verwerping van staatslegitimiteit. Soevereinen beschouwen de overheid niet als een rechtmatige gezagsdrager, maar als een onwettige  macht. Ze beschouwen de overheid als een soort bedrijf dat haar gezag over burgers via misleiding handhaaft. Daarmee hangt het sociaal-contractsargument samen: omdat de soeverein nooit uitdrukkelijk heeft ingestemd met de heerschappij van de staat, zijn wetten en verplichtingen in de visie van de soeverein niet bindend. Dat hij nooit heeft ‘getekend’, is voor hem hét bewijs dat hij vrij is.

            Centraal in de redenering staat de splitsing tussen de ‘levende mens’ en de ‘natuurlijke persoon’. De soeverein meent dat zijn naam op officiële documenten verwijst naar een fictieve juridische identiteit. Een ‘stroman’ gecreëerd door de staat waarvoor hij geen verantwoordelijkheid draagt. Juridische verplichtingen rusten op die fictie, niet op hem als vrij mens.

            Hierop voortbouwend beroepen soevereinen zich op ‘natural law’ of ‘common law’ als een hogere rechtsorde die nationale wetgeving overstijgt. In de praktijk gaat het daarbij niet om het Engelse gewoonterecht, maar om een zelfbedachte variant die bestaat om elke formele rechtsnorm naast zich neer te leggen[7].
            Een uitloper van deze gedachte is de ‘geboortetrust-mythe[8]. De gedachte houdt in dat de overheid bij ieders geboorte een geheim fonds heeft geopend op naam van de 'stroman', met bedragen die oplopen tot anderhalf miljoen (!). Door zich bij de staat 'uit te schrijven' zouden soevereinen aanspraak kunnen maken op dat geld. Rechtbank Midden-Nederland stelde in 2022 vast dat een dergelijk fonds niet bestaat en dat eisers geen enkele aanspraak hebben op dit niet-bestaande fonds. De mythe illustreert hoe de pseudojuridische ideologie en financiële wanhoop elkaar versterken[9].

Eén beweging, drie gezichten

Binnen de soevereinenbeweging bestaan uiteenlopende stromingen en opvattingen. De fenomeenanalyse van de AIVD, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en Nationale Politie uit april 2024 onderscheidt drie gedragscategorieën die voor het strafrecht van belang zijn[10]. De grootste groep wil zo onafhankelijk mogelijk leven. Denk aan zelfvoorzienende leefgemeenschappen, eigen onderwijs, eigen voedselproductie, maar houdt zich daarbij aan de wet. Strafrechtelijk is deze groep doorgaans niet relevant.
            Een tweede, kleinere groep van naar schatting enkele duizenden personen, trekt de ideologie consequenter door en onttrekt zich actief aan wettelijke verplichtingen: belasting wordt niet betaald, boetes worden genegeerd, verzekeringen worden opgezegd. Het zijn ook degenen die overheidsinstanties bestoken met een vloed aan pseudojuridische brieven. In de Angelsaksische[11] literatuur treffend aangeduid als paper terrorism[12]. In de praktijk stapelen schulden zich op en worden deurwaarders en rechters steeds vaker met deze groep geconfronteerd.

De derde en kleinste categorie acht geweld een geoorloofd middel in de strijd tegen de overheid. Zij organiseren zich in structuren als milities en 'volksraden'. Zij zijn het die de strafrechtelijke aandacht van het Openbaar Ministerie in toenemende mate trekken. Deze driedeling bepaalt wanneer strafrechtelijk moet worden opgetreden: wat bij de eerste groep een civielrechtelijk of bestuursrechtelijk probleem is, kan bij de derde groep uitgroeien tot een zaak van terrorismebestrijding.

Aantrekkingskracht en voedingsbodem

De soevereinenbeweging groeit, en dat is geen toeval. Drie factoren verklaren haar opmars. Ten eerste speelt verlies van institutioneel vertrouwen een centrale rol. De coronapandemie was een versneller: ingrijpende overheidsmaatregelen maakten mensen die de overheid al wantrouwden nog wantrouwender. De NCTV-analyse wijst erop dat wantrouwen jegens instituties structureel bijdraagt aan de groei van de beweging[13]
            Ten tweede is financiële kwetsbaarheid een belangrijke factor. De geboortetrust-mythe en vergelijkbare beloften van schuldbevrijding spreken mensen aan die in financiële problemen verkeren. Berger wees al in 2016 op dit patroon in de Amerikaanse context: veel aanhangers worden tot de beweging aangetrokken na het oplopen van schulden of het verliezen van hun woning[14]. Ten derde versnelt het internet de verspreiding. Via YouTube, Telegram en Signal circuleren kant-en-klare briefsjablonen en instructievideo's. De drempel om mee te doen is laag en de gevolgen kunnen groot zijn.
            Voor politie en Openbaar Ministerie is dit relevant. De gemiddelde soeverein waarmee zij te maken krijgen is niet per se een ideologisch gedreven extremist, maar veeleer een sociaal-economisch kwetsbaar persoon die via internet in aanraking is gekomen met pseudojuridische concepten. Die context vormt tevens de opmaat naar de praktische problemen die in de volgende paragraaf worden besproken.

Strafrechtelijk relevante gedragspatronen

De wijze waarop het soevereine gedachtegoed zich vertaalt in strafbaar gedrag laat zich grofweg in drie categorieën verdelen. De meest voorkomende vorm is de weigering van wettelijke financiële verplichtingen: belasting, boetes, verzekeringspremies en huur worden als niet bindend beschouwd. In de praktijk leiden deze weigeringen zelden rechtstreeks tot strafrechtelijk ingrijpen. Zij resulteren voornamelijk in bestuursrechtelijke en civiele procedures. Naarmate schulden oplopen en deurwaarders voor de deur staan, neemt de kans op het tweede gedragspatroon toe[15].
            Dat tweede patroon betreft intimidatie en bedreiging van ambtsdragers. Deurwaarders, politieagenten, belastingambtenaren, rechters en lokale bestuurders worden steeds vaker doelwit van schriftelijke en mondelinge bedreigingen[16]. Een voorbeeld biedt de zaak die leidde tot het vonnis van Rechtbank Midden-Nederland van 12 februari 2025: twee zelfverklaarde autonomen werden veroordeeld voor het bedreigen van een deurwaarder en politieagenten, waarbij één verdachte tevens werd veroordeeld voor opruiing en bedreiging met een terroristisch misdrijf. De rechtbank woog de leiderschapsrol van de hoofdverdachte (beheerder van een grote Telegramgroep) strafverzwarend mee[17].
            Het derde en meest zorgwekkende patroon betreft de organisatie van gewapende structuren. Een kleine groep soevereinen bereidt zich actief voor op gewapende confrontatie met de overheid. Bij één van de verdachten in bovengenoemde zaak werd een vuurwapen aangetroffen. De AIVD en NCTV stellen in hun fenomeenanalyse vast dat sommige soevereinen de overtuiging koesteren dat een gewelddadige strijd met de overheid onvermijdelijk is en dat zij zich daarop moeten voorbereiden[18].

Knelpunten voor politie en Openbaar Ministerie

De strafrechtelijke aanpak van soevereinen stuit op een aantal structurele problemen. Een eerste knelpunt betreft de aard van de gedragingen zelf. Veel soevereinengedrag beweegt zich in de grijze zone tussen het civielrechtelijke, het bestuursrechtelijke en het strafrechtelijke domein. Belastingweigering is primair een bestuurlijke kwestie en pas bij escalatie, zoals bedreiging, opruiing en geweld, is het OM aan zet. Die grens is niet altijd scherp, en de interne samenwerking tussen handhavende instanties verloopt niet altijd soepel[19].
            Een tweede knelpunt is processueel van aard. Soevereinen erkennen de autoriteit van de rechter en het OM principieel niet. In de praktijk leidt dit tot procedureel obstructiegedrag: het niet verschijnen ter zitting, het weigeren van proceshandelingen, het indienen van eindeloze pseudojuridische documenten. De Hoge Raad uitte eind 2023 publiekelijk zorgen over de papieren stortvloed die haar bereikte (negentien verhuisdozen aan 'autonoomverklaringen')[20]. Dergelijk gedrag belast het rechtssysteem aanzienlijk, ook waar het strafrechtelijk niet kwalificeerbaar is.
            Een derde knelpunt is de rol van online 'goeroes' en platforms. Via besloten Telegramgroepen worden bedreigingen gecoördineerd, burgerarresten georganiseerd en adressen van ambtsdragers verspreid. Opsporingsinstanties lopen daarbij aan tegen de grenzen van platformaansprakelijkheid en internationale rechtshulp. De Tweede Kamer heeft in 2024 aangedrongen op gerichte aanpak van deze aanjagers, maar concrete wetgeving ontbreekt vooralsnog[21].
            Tot slot ontbreekt een bijzondere strafbepaling. De Boer concludeert in zijn strafrechtelijke analyse dat een specifieke strafbaarstelling van soevereinengedrag als zodanig onwenselijk is. Het zou de ideologische pretentie van de beweging onnodig legitimeren, maar bepleit wel dat misdrijven gericht tegen de staat vaker als terroristische misdrijven worden gekwalificeerd[22]. Die stap is tot op heden slechts incidenteel gezet.

Conclusie

De soevereinenbeweging is geen klein verschijnsel. Zij put uit een geïmporteerde, maar inmiddels stevig gewortelde ideologie en vertaalt deze in gedrag dat van papieren protest kan escaleren tot gewapend verzet. Verder confronteert de beweging de politie en het OM met uitdagingen waarvoor het bestaande instrumentarium slechts ten dele toereikend is.
            De kern van het probleem is tweeledig. Enerzijds beweegt veel soevereinengedrag zich buiten het strafrechtelijke domein, waardoor het OM pas in beeld komt als de situatie al geëscaleerd is. Anderzijds maakt de principiële systeemweigering van soevereinen effectieve strafrechtelijke afdoening moeizaam. De verdachte die de bevoegdheid van de rechter ontkent, zal het vonnis ook niet als legitiem erkennen.
            Wat ontbreekt is een domeinoverstijgende aanpak: vroegtijdige signalering door gemeenten en zorginstanties, gerichte vervolging van aanjagers, en heldere richtlijnen voor het OM over wanneer soevereinenmisdrijven als terroristisch dienen te worden behandeld. De strafrechtelijke duiding van soevereinengedrag door de rechter verdient afzonderlijke bespreking en komt in het artikel van Julia Roosenbrand aan de orde.

 

 

 


Bibliografie


[1] https://www.aivd.nl/actueel/nieuws/2024/04/09/soevereinenbeweging-ondermijnt-democratische-rechtsorde

[2] Pseudojuridisch verwijst naar argumenten of constructies die juridisch ogen door het gebruik van rechtstermen en wetsverwijzingen, maar die geen erkenning genieten binnen het geldende rechtsstelsel

[3] The History of the Organized Pseudolegal Commercial Argument Phenomenon in Canada', Alberta Law Review 2016, vol. 53/3

[4] J.M. Berger, Without Prejudice: What Sovereign Citizens Believe, Washington DC: George Washington University Program on Extremism, 2016

[5] Universitair docent Algemene Rechtswetenschap: expertise in autonomen en soevereinen

[6] L.O. de Boer, 'Soevereinen en autonomen in recht en rechtspraak', NJB 2024/254.

[7] L.O. de Boer, 'Soevereinen en autonomen in recht en rechtspraak: een overzicht', NJB 2024/254, afl. 5;
D.J. Netolitzky, 'Organized Pseudolegal Commercial Arguments as Magic and Ceremony', Alberta Law Review 2018/55.4.

[8] https://nl.wikipedia.org/wiki/Geboortetrust

[9] Rb. Midden-Nederland 2022, aangehaald in: L.O. de Boer, NJB 2024/254, p. 308; zie ook L.J. Boone, 'De opkomst van soevereine en autonome belastingweigeraars in Nederland', Belastingblad 2023/317.

[10] AIVD, NCTV & Nationale Politie, Met de rug naar de samenleving: Een analyse van de soevereinenbeweging in Nederland, april 2024, p. 6–8, te raadplegen via nctv.nl.

[11] De cultuur, taal en geschiedenis van de Germaanse stammen die zich in Engeland hebben gevestigd in de 5e eeuw.

[12] D. Fleishman, 'Paper Terrorism: The Impact of the "Sovereign Citizen" on Local Government', The Public Law Journal 2004/27.2, p. 1–10; De Boer, NJB 2024/254, p. 301

[13] AIVD, NCTV & Nationale Politie, Met de rug naar de samenleving, april 2024.

[14] J.M. Berger, Without Prejudice: What Sovereign Citizens Believe, Washington DC: George Washington University Program on Extremism, 2016.

[15] L.J. Boone, 'De opkomst van soevereine en autonome belastingweigeraars in Nederland', Belastingblad 2023/317; Rb. Overijssel 23 oktober 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:4166.

[16] AIVD, NCTV & Nationale Politie, Met de rug naar de samenleving, april 2024, p. 14–16; Kamerstukken II 2023/24, 30 821, nr. 216

[17] Rb. Midden-Nederland 12 februari 2025 (gepubliceerd via rechtspraak.nl); OM-persbericht 29 januari 2025, te raadplegen via om.nl.

[18] AIVD, NCTV & Nationale Politie, Met de rug naar de samenleving, april 2024, p. 8; Kamerstukken II 2023/24, 30 821, nr. 216

[19] L.O. de Boer, 'De soevereinenbeweging en het strafrecht', Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht 2024/3.

[20] NOS, 'Hoge Raad bezorgd over autonomen: kwetsbare burgers die verder wegzakken', 2 december 2023; De Boer, NJB 2024/254

[21] Kamerstukken II 2023/24, 30 821, nr. 216.

[22] L.O. de Boer, 'De soevereinenbeweging en het strafrecht', NTS 2024/3


De soevereine beweging en terrorisme
23mei

De soevereine beweging en terrorisme

Inleiding In het andere artikel van deze maand is de soevereine beweging geïntroduceerd. De beweging bestaat uit mensen met de...

De positie van het slachtoffer onder het nieuwe Wetboek van Strafvordering
23apr

De positie van het slachtoffer onder het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Inleiding De positie van het slachtoffer in het strafproces heeft zich in de afgelopen jaren sterk ontwikkeld. Met het nieuwe Wetboek...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen