Juridische publicaties

Vertrouwen boven controle: het interstatelijke vertrouwensbeginsel bij Sky ECC-bewijs

Inleiding

“Een mokerslag voor de onderwereld”, zo wordt de hack op de berichtendienst Sky ECC omschreven.[1] Het Canadese bedrijf Sky Global bood een versleutelde berichtendienst en mobiele telefoons aan. Sky ECC genoot wereldwijd populariteit binnen criminele netwerken, aangezien het platform ontworpen was voor anonieme en afgeschermde communicatie.[2] De eigenaar van Sky ECC beschreef het als “het veiligste berichtenplatform dat je kunt kopen” en stelde dat het platform onkraakbaar was. Sterker nog: hij loofde vijf miljoen Amerikaanse dollars voor degene die het tegendeel kon bewijzen.[3] Daarmee ontstond het beeld dat Sky ECC een onaantastbaar platform is. Maar niks is minder waar, want in 2021 zijn de Sky ECC-servers in Frankrijk gekraakt. Door een samenwerking tussen Frankrijk, Nederland en België konden autoriteiten ‘live’ meelezen met het criminele berichtenverkeer via Sky ECC.

Die operatie leidde tot een reeks aanhoudingen en veroordelingen.[4] Deze maand verscheen een Asega-artikel over de feitelijke en juridische gang van zaken rond de hack. In dit artikel ga ik in op de discussie die daarna in veel strafzaken centraal staat: in hoeverre mogen Sky ECC-berichten als bewijs worden gebruikt? Daarbij draait het vaak om de rechtmatigheid van de verkrijging van de data. In dit artikel zullen de bezwaren van strafrechtadvocaten, het oordeel van de Hoge Raad over de rechtmatigheid van het Sky ECC-bewijs en de betekenis daarvan voor de strafrechtelijke bewijsvoering aan bod komen.

Interstatelijke vertrouwensbeginsel en het rechtmatigheidstoets

In Sky ECC-strafzaken gaat het vaak om ernstige delicten – denk aan moord en grootschalige drugshandel – waarop langdurige gevangenisstraf staan. Tegen die achtergrond wordt in de praktijk veel gediscussieerd over de rechtmatigheid van de verkregen Sky ECC-data. Deze discussie heeft in 2023 geleid tot het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. In de zaak die de aanleiding hiervoor gaf, hebben de advocaten onder meer betoogd dat het onduidelijk is of de in Frankrijk onderschepte Sky ECC-data rechtmatig is verkregen. Zij voerden aan dat de verdediging geen inzicht krijgt in de wijze waarop het interceptiemiddel is ingezet, mede omdat de gebruikte techniek in Frankrijk onder het staatsgeheim valt. Het Openbaar Ministerie heeft zich daartegenover op het standpunt gesteld dat nader onderzoek onnodig is, gelet op het interstatelijke vertrouwensbeginsel. Dit beginsel houdt kort gezegd in dat de strafrechter uitgaat van het algemene vertrouwen in het rechtssysteem van een andere staat.[5]

De Hoge Raad maakt eerst een onderscheid tussen onderzoek dat is verricht onder verantwoordelijkheid van buitenlandse autoriteiten en onderzoek onder verantwoordelijkheid van Nederlandse autoriteiten. Dat onderscheid is bepalend voor de toepassing van het interstatelijke vertrouwensbeginsel. In de Sky ECC-zaak is vastgesteld dat het onderzoek onder verantwoordelijkheid van de Franse autoriteiten heeft plaatsgevonden. Volgens de Hoge Raad behoort het niet tot de taak van de Nederlandse strafrechter om de rechtmatigheid van de uitvoering van een buitenlands onderzoek onder verantwoordelijkheid van buitenlandse autoriteiten te toetsen. Een inhoudelijke toets zou immers de soevereiniteit van de betrokken staat raken.[6] Kortom, beslissingen van buitenlandse autoriteiten die aan een buitenlands onderzoek ten grondslag liggen, moeten gerespecteerd worden. Er wordt vanuit gegaan dat het onderzoek rechtmatig is verricht. Dit is slechts anders als in het betreffende land – in dit geval Frankrijk – onherroepelijk vaststaat dat het onderzoek niet in overeenstemming met de daarvoor geldende rechtsregels is verricht.[7] Alleen in dat geval kan de Nederlandse rechter daaraan gevolgen verbinden. Tot op heden is zo’n vaststelling uitgebleven. Bovendien leidt een eventuele onrechtmatigheid niet automatisch tot bewijsuitsluiting van het SKY ECC-bewijs. Het is ook mogelijk dat de rechter volstaat met het vaststellen van een vormverzuim zonder daaraan nadere consequenties te verbinden.[8]

Intussen heeft het Franse Hof van Cassatie, Cour de Cassation, vorig jaar prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de EU. Centraal staat de vraag of buitenlandse verdachten de rechtmatigheid van het Franse optreden tegen Sky ECC door een Franse rechter kunnen laten toetsen. Het Franse Hof benadrukt dat de antwoorden van het Europese Hof waarschijnlijk grote gevolgen zullen hebben voor zowel lopende Franse als in andere EU-lidstaten Sky ECC-zaken.[9]

Reikwijdte van het interstatelijke vertrouwensbeginsel

Aan de Hoge Raad is ook gevraagd of het interstatelijke vertrouwensbeginsel onverkort geldt wanneer telecommunicatiegegevens van Nederlandse gebruikers verzameld worden vanuit een andere EU-lidstaat. De Hoge Raad beantwoordt deze vraag ontkennend. Wanneer onderzoek wordt gedaan naar Nederlandse gebruikers vanuit het buitenland, ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij de Nederlandse autoriteiten slechts in twee situaties.[10]

De eerste situatie is als Nederlandse opsporingsambtenaren in het buitenland optreden onder gezag van de officier van justitie en daarbij Nederlandse opsporingsbevoegdheden gebruiken. Daarvan is geen sprake als een Nederlandse opsporingsambtenaar slechts betrokken is bij opsporingshandelingen die wordt aangestuurd door de buitenlandse autoriteiten. De tweede situatie is wanneer de samenwerking met buitenlandse autoriteiten zo nauw is, dat de Nederlandse officier van justitie feitelijk volledig of grotendeels het gezag over de opsporing uitoefent. De Hoge Raad benadrukt dat dit niet snel wordt aangenomen. Alleen de aanwezigheid bij een buitenlandse onderzoekshandeling of het verlenen van technische ondersteuning betekent nog niet dat Nederland de verantwoordelijkheid draagt.

Wanneer zich een van deze situaties voordoet, is het interstatelijke vertrouwensbeginsel niet van toepassing. In dat geval moet de Nederlandse rechter de rechtmatigheid van opsporingshandelingen beoordelen. Op basis van de bekende feiten over de Sky ECC-operatie, zien rechters onvoldoende concrete aanwijzingen voor één van de twee uitzonderingssituaties. Daarom blijft het interstatelijke vertrouwensbeginsel van toepassing.[11]

 

Kritiekpunten vanuit de verdediging 

Na de uitspraak van de Hoge Raad zijn strafrechtadvocaten er niet in geslaagd om de rechtmatigheid van de onderschepte data door de Nederlandse rechter te laten toetsen.[12] Verzoeken in strafzaken om de feitelijke aard en omvang van de samenwerking tussen Nederland en Frankrijk of de mate van initiatief te onderzoeken, worden in de praktijk afgewezen met verwijzing naar het interstatelijke vertrouwensbeginsel. Volgens advocaten schuurt dit met het uitgangspunt dat iedere verdachte – ongeacht de ernst van de verdenking – het recht heeft op een eerlijk proces.[13] Recentelijk is dezelfde kritiek opnieuw naar voren gekomen door het Franse ‘D2-document’, waarin wordt gesteld dat Nederland het initiatief zou hebben genomen voor de hack op Sky ECC. Verzoeken van advocaten om de betekenis en betrouwbaarheid van dat document nader te onderzoeken zijn afgewezen met de overweging dat van Nederlands initiatief geen sprake was. Daarnaast signaleren advocaten dat rechters steeds vaker (rechts)overwegingen en feitenvaststellingen uit (tussen)uitspraken in andere zaken één-op-één overnemen, zonder zicht te hebben op de precieze argumenten, verzoeken of verweren die daar zijn gevoerd. Dit belemmert evenwel het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn strafzaak.[14]

Conclusie

Het interstatelijke vertrouwensbeginsel staat een rechtmatigheidstoets door de Nederlandse strafrechter in Sky ECC-zaken in de weg. Alleen wanneer in Frankrijk onherroepelijk wordt vastgesteld dat het onderzoek onrechtmatig was verricht, kan dat in Nederland gevolgen hebben. Ook dan is bewijsuitsluiting niet vanzelfsprekend. In de situatie dat de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het onderzoek bij de Nederlandse autoriteiten lag, wordt het interstatelijke beginsel niet toegepast. Dit is mogelijk wanneer de samenwerking met Frankrijk zo intensief was dat Nederland (mede)verantwoordelijk kan worden geacht of wanneer Nederland het initiatief tot de interceptie of samenwerking heeft genomen. Het is daarom opmerkelijk dat verzoeken van advocaten om juist die feitelijke aard en omvang van de samenwerking met Frankrijk of de mate van Nederlands initiatief te laten onderzoeken, worden afgewezen met de motivering dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel van toepassing is. Zulke verzoeken zijn nu juist bedoeld om te onderbouwen dat dit vertrouwensbeginsel in het concrete geval niet opgaat. In mijn lezing van de uitspraak van de Hoge Raad wat betreft de rechtmatigheid van de Sky ECC-data, weegt het vertrouwen zwaaarder dan controle.

 

 

 


Bibliografie


[1] ‘Politiehack bij berichtendienst Sky ECC: tientallen aanhoudingen’, nporadio1.nl, geraadpleegd op 8 februari 2026.

[2] Zo konden uitsluitend de ontvanger en verzender de berichten lezen. Volgens het bedrijf werden de chatgegevens niet op de servers opgeslagen. Zie ook: 'Hoe criminelen zich veilig waanden op chatdienst Sky (maar dat niet waren)', nu.nl, 10 maart 2021.

[3] 'Hoe criminelen zich veilig waanden op chatdienst Sky (maar dat niet waren)', nu.nl, 10 maart 2021, geraadpleegd op 8 februari 2026.

[4] 'Hoe criminelen zich veilig waanden op chatdienst Sky (maar dat niet waren)', nu.nl, 10 maart 2021, geraadpleegd op 8 februari 2026.

[5] 'Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen in EncroChat en SkyECC-zaken', hogeraad.nl, 13 juni 2023.

[6] J.J. Oerlemans & B Schermer, 'Antwoorden op prejudiciële vragen in de EncroChat- en SkyECC-zaken', NJB 2023/2244, p. 2610-2618, par. 4.1.

[7]  Hoge Raad 13 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:913 NJ 2023/279, m.nt. J.M. Reijntjes.

[8] J.J. Oerlemans & B Schermer, 'Antwoorden op prejudiciële vragen in de EncroChat- en SkyECC-zaken', NJB 2023/2244, p. 2610-2618, par. 4.1.

[9] '‘Baanbrekend’ arrest van hoogste Franse rechter over Sky-hack', crimesite.nl, 17 september 2025.

[10] J.J. Oerlemans & B Schermer, 'Antwoorden op prejudiciële vragen in de EncroChat- en SkyECC-zaken', NJB 2023/2244, p. 2610-2618, par. 4.2.

[11] J.J. Oerlemans & B Schermer, 'Antwoorden op prejudiciële vragen in de EncroChat- en SkyECC-zaken', NJB 2023/2244, p. 2610-2618, par. 4.2.

[12] R.D.A. van Boom e.a., 'Brandbrief strafrechtadvocatuur', vanboomadvocaten.nu, 17 juni 2025.

[13] Het recht op een eerlijke proces houdt onder andere in dat elke verdachte n het recht heeft op informatie en het recht op tegenspraak, om zich vervolgens effectief te kunnen verdedigen voor een rechterlijk college. Zie ook: R.D.A. van Boom e.a., 'Brandbrief strafrechtadvocatuur', vanboomadvocaten.nu, 17 juni 2025.

[14] R.D.A. van Boom e.a., 'Brandbrief strafrechtadvocatuur', vanboomadvocaten.nu, 17 juni 2025.

 


De internationale samenwerking en rol van Nederland in de Sky ECC-operaties
26feb

De internationale samenwerking en rol van Nederland in de Sky ECC-operaties

Het is inmiddels al een aantal jaren geleden dat het onderzoek naar Sky ECC startte, maar het is nog steeds een actueel onderwerp in de...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen