Juridische publicaties

Van stashplek naar straf: verborgen ruimte in vervoermiddelen onder Wet versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit II

 

Inleiding

Wellicht komt dit scenario je bekend voor: een bestuurder met een opvallende rijstijl trekt de aandacht van surveillerende agenten waarna blijkt dat het voertuig is uitgerust met een verborgen ruimte vol met drugs en wapens. Dit is een voorbeeld van ondermijnende criminaliteit.[1] In de literatuur wordt ‘ondermijning’ oftewel ‘ondermijnende criminaliteit’ doorgaans omschreven als criminele netwerken waarbij onder- en bovenwereld in toenemende mate verweven raken.[2] In essentie komt het erop neer dat criminelen (onderwereld) legale bedrijven, hulpmiddelen of diensten (bovenwereld) gebruiken voor het plegen van strafbare feiten.[3] De gevolgen van deze vorm van criminaliteit zijn uitvoerig aan bod gekomen in een eerdere Asega-rubriek.[4] Kortgezegd zorgt ondermijnende criminaliteit voor ontwrichting van onze democratische rechtsstaat. [5]

Vanaf 1 januari 2026 is de wet Versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit II in werking getreden en dit heeft geleid tot wetswijzigingen. Deze wijzigingen stellen politie en justitie in staat ondermijnende criminaliteit effectiever en efficiënter aan te pakken.[6] In dit artikel staat één van deze wetswijzigingen centraal: de strafbaarstelling van verborgen ruimten in vervoermiddelen. Allereerst wordt het begrip verborgen ruimte en de reikwijdte van de nieuwe bepaling besproken. Vervolgens komt de aanleiding voor de strafbaarstelling aan bod. Afsluitend worden verschillende kanttekeningen en aandachtspunten bij deze wetswijziging behandeld.

De wettelijke grondslag

Vanaf dit jaar is zowel het inbouwen van een verborgen ruimte in een vervoermiddel als het bezit van een vervoermiddel met een dergelijke ruimte strafbaar. In straattaal wordt zo’n ruimte ook wel een ‘stashplek’ genoemd.[7] In juridische zin gaat het om een niet-fabriekseigen ruimte die achteraf in een vervoermiddel is aangebracht en niet eenvoudig waarneembaar is. Dergelijke ruimte bevindt zich onder meer in autodeuren, stoelrugleuningen, de stuurkolom, ventilatiekanalen en achter het dashboard.[8]

In het nieuwe artikel 189a eerste lid Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) wordt strafbaar gesteld degene die opzettelijk een vervoermiddel toerust of inricht met een ruimte die kennelijk is bestemd om de opsporing van strafbare feiten te beletten of te bemoeilijken. Ook iemand die een vervoermiddel voorhanden heeft wetende dat daarin een verborgen ruimte zit, is krachtens het tweede lid van dit artikel strafbaar. Bij overtreding van deze bepalingen riskeer je een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar of een geldboete van de derde categorie. Als strafverzwarende omstandigheden gelden het beroepsmatig of gewoontematig uitrusten dan wel inrichten van een vervoermiddel met een verborgen ruimte. In die gevallen geldt volgens het derde lid een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of een geldboete van de vierde categorie. Deze nieuwe bepaling beoogt een afschrikwekkende werking te hebben voor mensen die dergelijke ruimte hebben of inbouwen voor criminele doeleinden.[9]

Bij deze bepaling rijst de vraag hoe wordt vastgesteld dat een ruimte kennelijk de bestemming heeft om de opsporing van strafbare feiten te frustreren. De beoordeling van de bestemming   wordt gedaan door de politie en is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij speelt met name de uiterlijke verschijningsvorm van de ruimte een rol. Het verdient de opmerking dat het aanbrengen van een (verborgen) ruimte in een vervoermiddel voor een legitiem doel niet strafbaar is. Zo is degene die bijvoorbeeld een opslagruimte in een camper of motorboot aanbrengt om paspoorten, elektronische apparaten en andere waardevolle spullen op te bergen niet strafbaar. De bestemming van die ruimte heeft niet als doel om de opsporing van strafbare feiten te frustreren en valt daarom buiten de reikwijdte van artikel 189a Sr. Niettemin kan op basis van concrete aanwijzingen worden aangenomen dat een ruimte niet (uitsluitend) bedoeld is voor het bewaren van waardevolle spullen. Dergelijke aanwijzingen kunnen bijvoorbeeld zijn de eigenaardige vorm of diepte van die ruimte. De beoordeling van de kennelijke bestemming in zulke gevallen is wederom afhankelijk van de omstandigheden van het geval.[10]

Aanleiding voor de strafbaarstelling van verborgen ruimten

Steeds vaker worden verborgen ruimten in vervoermiddelen gebruikt voor het vervoeren en verbergen van onder meer wapens en drugs. Waar in 2015 nog ongeveer 150 voertuigen met een verborgen ruimte werden aangetroffen, is dit aantal in 2024 fors gestegen tot meer dan duizend. Daarbij gaat het slechts om voertuigen die daadwerkelijk zijn ontdekt tijdens controles - het werkelijke aantal ligt hoogstwaarschijnlijk hoger. Bij de inbouw van een verborgen ruimte gebruiken criminelen vaak monteurs met gespecialiseerde kennis op dit gebied.[11] Dit illustreert wederom de verwevenheid van de onder- en bovenwereld bij ondermijnende criminaliteit.

Vóór de invoering van artikel 189a Sr waren er beperkte (strafrechtelijke) mogelijkheden om tegen verborgen ruimten in voertuigen op te treden. Het aanbrengen van een verborgen ruimte is op grond van de Wegenverkeerswet 1994 niet verboden.[12] Verder kan een vervoermiddel met een verborgen ruimte krachtens artikel 1:37 Algemene douanewet in beslag worden genomen. Deze maatregel neemt echter niet weg dat zowel degene die de ruimte heeft aangebracht als degene die het vervoermiddel voorhanden heeft strafrechtelijk buiten schot blijven. Deze bepaling heeft daarom onvoldoende afschrikwekkende werking.[13]

Voorts biedt artikel 36d Sr de mogelijkheid om een vervoermiddel met een verborgen ruimte te onttrekken van het verkeer. Het opleggen van deze maatregel is uitsluitend mogelijk bij rechterlijke beslissingen of bij strafbeschikking. Daarbij dient gemotiveerd te worden dat het vervoermiddel verband houdt met een gepleegd strafbaar feit.[14] Juist bij deze motiveringsplicht zit de crux. Als een verborgen ruimte leeg wordt aangetroffen, ontbreekt het verband met een strafbaar feit en kan het vervoermiddel niet van het verkeer worden onttrokken. Met de invoering van artikel 189a Sr is voor strafbaarheid niet vereist dat daadwerkelijk illegale voorwerpen in de ruimte worden aangetroffen.[15]

Kanttekeningen en aandachtspunten

Het voorstel tot strafbaarstelling van verborgen ruimten in vervoermiddelen is in de brede kring positief ontvangen, zo blijkt uit de Memorie van Toelichting (hierna: MvT). Niettemin hebben verschillende organisaties kanttekeningen geplaatst. Zo heeft de Nederlandse Orde van Advocaten (hierna: NOvA) gesteld dat het strafbaar stellen van verborgen ruimten geen  afbreuk mag doen aan het recht tot eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van niet-verdachte bestuurders en inzittenden.[16] Daarnaast vindt de NovA dat in het conceptvoorstel onvoldoende is onderbouwd waarom alternatieven zoals een meldingsplicht voor garagehouders bij de uitvoering van een APK-keuring of een effectievere toepassing van de Wet Bibob[17] bij de screening van garagehouders niet afdoende zouden zijn. Uit de MvT blijkt dat een meldingsplicht voor garagehouders niet toereikend is, omdat dit alleen gevolgen heeft voor de garagehouder en niet voor degene die het voertuig met verborgen ruimte gebruikt of heeft laten inbouwen.[18] Ten aanzien van de Wet Bibob wordt beargumenteerd dat deze juist versterkt wordt door de strafbaarstelling, omdat veroordelingen op grond van artikel 189a Sr meegewogen kunnen worden bij een Bibob-screening.[19]

Op verzoek van het Openbaar Ministerie en de politie is het eerste en derde lid van artikel 189a Sr toegevoegd aan de feiten in artikel 67 eerste lid Wetboek van Strafvordering waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is. Deze toevoeging bewerkstelligt dat bij verdenking van deze feiten tevens bijzondere opsporingsbevoegdheden kunnen worden ingezet die noodzakelijk zijn voor een effectieve opsporing. Daarbij kan worden gedacht aan het vorderen van gegevens, de inzet van pseudokoop en het verrichten van doorzoekingen. Deze bevoegdheden zijn van wezenlijk belang, nu het toerusten dan wel inrichten van vervoermiddelen met een verborgen ruimte zich doorgaans aan het zicht onttrekt en veelal plaatsvindt door bedrijven die ogenschijnlijk legitieme bedrijfsactiviteiten verrichten. Zonder de inzet van dergelijke bijzondere opsporingsbevoegdheden zou de opsporing van deze strafbare feiten aanzienlijk worden bemoeilijkt.[20]

Conclusie

Verborgen ruimten in voertuigen zijn een voorkomende vorm van ondermijnende criminaliteit. De wetgever heeft voor een afschrikwekkende benadering gekozen met de strafbaarstelling van verborgen ruimte in vervoermiddelen die bedoeld zijn om de opsporing van strafbare feiten te frustreren. Waar opsporingsdiensten voorheen weinig mogelijkheden hadden om op te treden tegen verborgen ruimten, biedt artikel 189a Sr nu een grondslag voor strafrechtelijk optreden. Zo kunnen bijvoorbeeld monteurs die beroepsmatig deze ruimten inbouwen zwaarder gestraft worden dan iemand die het voertuig met de verborgen ruimte voorhanden heeft gehad. De strafbaarstelling van verborgen ruimte kan ertoe leiden dat men lang en hard zal nadenken voordat zij hun diensten aan criminelen verlenen. Op deze manier kan ondermijnende criminaliteit effectiever worden tegengegaan. De boodschap van de wetgever is helder: een 'stashplek' in een voertuig is voortaan geen veilige schuilplaats voor criminaliteit.


Bibliografie


[1] ‘Opvallende rijstijl leidt tot aanhouding, dan ontdekken agenten verborgen ruimte in de auto’, gelderlander.nl (geraadpleegd op 11 januari 2026).

[2]  W. Huisman, ‘De aanpak van ondermijnende criminaliteit: oude wijn in nieuwe zakken?’, DD 2017/31.

[3] M.Tuk en M.Vols, Ondermijning en het openbare-orderecht’, NJB 2018/1190.

[4] Lees ook ‘Ondermijnende criminaliteit in Nederland’, Asega 2024, nr 2.

[5] Kamerstukken II 2025/2026, 29911, nr. 492, p. 1.

[6] ‘Nieuwe wetten Justitie en Veiligheid per 1 januari 2026’, www.rijksoverheid.nl. (geraadpleegd op 23 december 2025).

[7] Rechtbank Overijssel 08 april 2025, ECLI:NL:RBBOVE:2025:2134.

[8] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p.51 en ‘ Waar in auto’s verstoppen criminelen hun drugs en wapens’ omproepbrabant.nl (geraadpleegd op 7 januari 2026).

[9] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 8.

[10] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 51-52.

[11] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 4. en Handelingen II 2025/26, nr. 5, item 3, p. 12.

[12] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 4.

[13] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 5.

[14] Hoge Raad 25 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:37.

[15] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 10.

[16] Artikel 8 Europees Verdrag voor de  Rechten van de Mens.

[17] Een preventief instrument om de integriteit van de overheid te beschermen. Overheidsinstanties kunnen voor vergunningen en andere beslissingen de achtergrond van een ondernemer en diens zakelijke omgeving (laten) onderzoeken. Zie ook ‘Factsheet wet Bibob', justis.nl (geraadpleegd op 6 januari 2026).

[18] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 54.

[19] Een Bibob-screening is een overheidsonderzoek naar de integriteit van een aanvrager van onder andere een vergunning, of subsidie om te voorkomen dat crimineel geld wordt witgewassen of dat overheidsbeslissingen misbruikt worden voor strafbare feiten. Zie ook ‘Factsheet wet Bibob, justis.nl (geraadpleegd op 6 januari 2026).

[20] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 41 en 57.

 


Een druk op de pauzeknop: de impact van ondermijnende criminaliteit II op het financiële veld
14jan

Een druk op de pauzeknop: de impact van ondermijnende criminaliteit II op het financiële veld

Stel je voor: Op een vrijdagochtend krijgt een Nederlandse bank een telefoontje van een buitenlandse financiële inlichtingeneenheid. In...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen