Juridische publicaties

De positie van het slachtoffer onder het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Inleiding

De positie van het slachtoffer in het strafproces heeft zich in de afgelopen jaren sterk ontwikkeld. Met het nieuwe Wetboek van Strafvordering (hierna: nieuwe WvSv) dat naar verwachting op 1 april 2029 in werking treedt, wil de wetgever deze positie verder verduidelijken en versterken.[1] Tegen deze achtergrond wordt in dit artikel de huidige en toekomstige positie van het slachtoffer binnen het strafproces belicht. Allereerst wordt ingegaan op de huidige slachtofferrechten. Vervolgens komt het onderscheid tussen een procespartij en een procesdeelnemer aan bod, omdat dit van belang is voor de duiding van de slachtofferpositie. Afsluitend worden de belangrijke wijzigingen in het kader van de positie van slachtoffers uiteengezet.

Slachtofferrechten in een notendop

De wetgever heeft slachtoffers in strafzaken verschillende rechten toegekend. Het spreekrecht en de ‘artikel 12-Sv procedure’ zijn wellicht de bekendste. Bij ernstige misdrijven kunnen het slachtoffer en de nabestaanden op de terechtzitting gebruikmaken van hun spreekrecht en kunnen spreken over de gevolgen van het strafbare feit en de gewenste straf. Verder is het mogelijk om voorafgaand aan de zitting een schriftelijke slachtofferverklaring in te dienen die in het strafdossier toegevoegd kan worden.[2] Het slachtoffer heeft ook recht op informatie over de strafzaak en zijn rechten daarbij. Tevens kan een slachtoffer  – binnen bepaalde grenzen – kennisnemen van de processtukken.[3] Het slachtoffer kan ook als benadeelde partij in het strafproces voegen. Op die manier kan binnen de strafprocedure een vordering tot schadevergoeding tegen de verdachte ingesteld worden. Daarbij geldt dat het slachtoffer bij de uitoefening van zijn slachtofferrechten zich kan laten bijstaan door een advocaat of een andere gemachtigde.[4]

Na het doen van een aangifte is het aan het Openbaar Ministerie om te beslissen of tot vervolging van de verdachte wordt overgegaan. Op grond van het opportuniteitsbeginsel kan zij beslissen van vervolging af te zien.[5] In zo'n geval kan het slachtoffer een artikel 12 Sv-procedure starten door beklag te doen bij het gerechtshof en op die manier alsnog vervolging afdwingen.[6]

Procespartij vs. procesdeelnemer

Tijdens een strafproces zijn het Openbaar Ministerie en de verdachte de procespartijen. Zij staan in de rechtszaal tegenover elkaar en leggen hun standpunten voor aan de rechter.[7]  Kenmerkend voor een procespartij is dat zij het recht of de bevoegdheid heeft om zich tot de rechter te wenden om een beslissing te vragen. Kort gezegd, kunnen zij een procedure beginnen.[8] Het Openbaar Ministerie treedt in het strafproces op als de vervolgende partij en formuleert de beschuldigingen. De verdachte heeft verdedigingsrechten en kan zich verweren tegen de beschuldigingen.[9]

Daartegenover staan de procesdeelnemers. Zij nemen deel aan het strafproces, maar hebben in die hoedanigheid niet het recht of de bevoegdheid om zich tot de rechter te wenden om een beslissing van de rechter te krijgen. Tot de belangrijkste procesdeelnemers behoren het slachtoffer, de getuige en de deskundige.[10] Het slachtoffer heeft als procesdeelnemer weliswaar rechten, maar geen partijbevoegdheden. Zo kan zij geen hoger beroep instellen tegen de uitspraak en evenmin beslissen over de vervolging van de verdachte. Het verdient de opmerking dat op het uitgangspunt dat het slachtoffer procesdeelnemer is, een belangrijke nuancering bestaat. Indien het slachtoffer zich als benadeelde partij voegt en in die hoedanigheid zijn bevoegdheden uitoefent, wordt zij wel als procespartij aangemerkt.[11]

Waarom geen procespartij?

De wetgever is duidelijk als het gaat om erkenning van het slachtoffer als procespartij: dit past niet binnen ons strafrechtstelsel. Die benadering is overigens bevestigd in het nieuwe WvSv, aangezien het slachtoffer onder het nieuwe recht een deelnemer is in het strafproces met rechten en geen procespartij.[12] Uit Kamerstukken volgt dat het vervolgingsrecht bij het Openbaar Ministerie moet blijven. Zij maakt een onafhankelijke belangenafweging waarin niet alleen het belang van het slachtoffer wordt betrokken, maar ook het algemeen belang en de beschikbare capaciteit. Als de wensen van het slachtoffer daarin leidend zouden worden, zou dat stelsel worden doorkruist.[13]

Bovendien wordt aangehaald dat een verdergaande rol voor het slachtoffer in het strafproces tot hernieuwd slachtofferschap kan leiden, omdat het slachtoffer rechtstreeks tegenover de verdachte en diens verdediging komt te staan. Dat kan zich bijvoorbeeld voordoen wanneer de verdediging een zelfstandig klagend slachtoffer ondervraagt om de beschuldiging te betwisten.[14] Daarnaast blijkt uit ervaringen uit andere landen dat betrokkenheid van het slachtoffer bij de vervolging of het strafrechtelijk onderzoek niet zonder nadelen is. Het kan extra kosten en financiële risico’s meebrengen, zoals proceskosten of een schadevergoeding als achteraf blijkt dat ten onrechte vervolging is ingesteld.[15]

Positie van het slachtoffer onder de nieuwe WvSv

Een noemenswaardige wijziging in het nieuwe WvSv is een bepaling waarin staat dat  strafvordering dient plaatsvinden op een wijze die recht doet aan de belangen van het slachtoffer. Slachtoffers hebben rechten gekregen die zo veel mogelijk gewaarborgd moeten worden. Met dit nieuwe artikel wordt tot uitdrukking gebracht dat strafrechtelijke autoriteiten gedurende het strafproces rekening moeten houden met de belangen van het slachtoffer. Daarbij moet voorkomen worden dat het slachtoffer door het strafproces opnieuw wordt belast.[16] 

Daarnaast zijn er voorzieningen tot stand gekomen om het slachtoffer te beschermen bij de uitoefening van zijn rechten. Een voorbeeld is de mogelijkheid om bij de rechter-commissaris bezwaar te maken tegen een beslissing van de officier van justitie om geen inzage in de processtukken te geven. Verder wordt de beklagprocedure uitgebreid. Straks kan een slachtoffer niet alleen beklag doen tegen de beslissing van het Openbaar Ministerie om niet tot vervolging over te gaan, maar ook tegen het uitblijven van vervolging. Het slachtoffer als benadeelde partij krijgt verder mogelijkheden om de vordering tot schadevergoeding in hoger beroep aan te vullen.

Conclusie

Slachtoffers beschikken over uiteenlopende rechten en in het nieuwe WvSv wordt hun positie in een strafproces versterkt. Die versterking laat onverlet dat het slachtoffer in het strafproces een procesdeelnemer is/blijft en niet als procespartij wordt erkend. De wetgever houdt vast aan het uitgangspunt dat de vervolgingsbeslissing bij het Openbaar Ministerie moet blijven, nu daarbij andere belangen moeten worden afgewogen dan alleen die van het slachtoffer. Verder valt op dat het nieuwe WvSv weinig grote wijzigingen bevat ten aanzien van de positie van het slachtoffer. De versterking zit vooral in een betere bescherming bij de uitoefening van bestaande slachtofferrechten.

 


[1] J.L.F. Groenhuijsen, Klachtdelicten. Een zoektocht naar de functie en plaats van een klassieke rechtsfiguur in de hedendaagse rechtspleging (Staat en Recht nr. 65), Deventer: Wolter Kluwer 2024, par. 6.2.1. en ‘Nieuw Wetboek van Strafvordering treedt 1 april 2029 in werking', rijksoverheid.nl, 20 maart 2024.

[2]  M. Lochs, T&C Strafvordering, art. 51e Sv, aant. 4, 5 en 7.

[3]  Artikel 51ab, 51ac en 51b Wetboek van Strafvordering.

[4]  A.J P. Schild, T&C Strafvordering, art. 51f Sv, aant.1 en Artikel 51c Wetboek van Strafvordering

[5] Artikel 167 Wetboek van Strafvordering.

[6] W.E.C.A. Valkenburg, T&C Strafvordering, art. 51f Sv, aant.1 en Kamerstukken II 2025/26, 33 552, nr. 137, p. 10.

[7]  Kamerstukken I 2023/24, 33 552, D, p. 6.

[8]  Kamerstukken I 2023/24, 33 552, D, p. 6.

[9]  J.L.F. Groenhuijsen, ‘Klachtdelicten in het strafrecht: de werking van een oude rechtsfiguur in het digitale tijdperk', 2019, par.1.

[10] Kamerstukken I 2023/24, 33 552, D, p. 6.

[11] Artikel 1.4 Aanwijzing slachtoffers in het slachtofferproces.

[12] Kamerstukken II 2025/26, 33 552, nr. 137,  p. 9.

[13] Kamerstukken II 2025/26, 33 552, nr. 137, p. 6.

[14] Kamerstukken II 2025/26, 33 552, nr. 137, p. 6.

[15] Kamerstukken II 2025/26, 33 552, nr. 137, p. 6.

[16] N.A. Schipper & L.A.J. Kock, Het slachtoffer. De positie van het slachtoffer en zijn rechten in het strafproces (Praktijkwijzer Strafrecht nr. 19), Deventer: Wolters Kluwer 2023. 


De theorie van het ideale slachtoffer: 40 jaar later
23apr

De theorie van het ideale slachtoffer: 40 jaar later

  Een zwak persoon, bezig met een respectabele activiteit, op een respectabele plek. Volgens de theorie van Nils Christie is dit hét...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen