Juridische publicaties

De theorie van het ideale slachtoffer: 40 jaar later

 

Een zwak persoon, bezig met een respectabele activiteit, op een respectabele plek. Volgens de theorie van Nils Christie is dit hét beeld van het ideale slachtoffer.[1] Het gaat dan niet om karaktereigenschappen van personen die sneller slachtoffer worden van een misdrijf, maar om karaktereigenschappen van personen die vaak worden erkend als slachtoffer. Hoewel deze criminologische theorie al in 1986 is gepubliceerd, blijft de centrale vraag nog altijd even relevant. Wie erkent de maatschappij als slachtoffer, wie krijgt onze empathie?

De afgelopen jaren is het strafrecht steeds meer buiten de juridische wereld gaan leven. In de vele strafrechtelijke podcasts en de andere media die hierover berichten, kan iedereen meegenomen worden in de wereld die ons allen zo interesseert: het strafrecht. Er wordt niet alleen gekeken naar de feitelijke gebeurtenissen en de juridische kwalificaties daarvan, maar ook de personen daarachter. Binnen ons strafproces krijgen slachtoffers, ongeacht of ze voldoen aan het ideaalbeeld van een slachtoffer, bepaalde rechten. In het artikel van Francessę Bacuna kunt u lezen over de stand van zaken van slachtofferrechten in het aankomende wetboek van strafvordering. Ondanks deze processuele gelijkheid tussen slachtoffers, kan er op maatschappelijk vlak een onderscheid ontstaan. Het ene slachtoffer wordt beschermend in de armen gesloten, terwijl er ook slachtoffers zijn die onder een vergrootglas liggen en wellicht publiekelijk de schuld toegeschreven krijgen. De impact van de maatschappelijke kijk kan groot zijn op slachtoffers zelf of nabestaanden. Enerzijds kan het ondersteunen als men achter je staat, anderzijds kan de kritiek overweldigend zijn als men tegen je is.[2] Het slachtofferschap is vanwege deze verschillen maatschappelijk gezien dus geen statisch gegeven. De erkenning daarvan kan onderhevig zijn aan verschillende omstandigheden, die wellicht ook wel weer in constante verandering zijn.

 

 

Zoals eerder benoemd heeft Nils Christie zijn beeld vastgelegd van het ideale slachtoffer, de mensen die wij als maatschappij gemakkelijk als slachtoffer erkennen. Daar kwamen de volgende factoren uit:

  • Het slachtoffer is zwak;
  • Het slachtoffer was bezig met een respectabele, legale activiteit;
  • Het slachtoffer was op een respectabele plek, waar hij/zij mocht zijn;
  • De dader was groot, sterk en slecht;
  • De dader was onbekend en had geen relatie tot het slachtoffer.[3]

 

In zijn theorie worden enkele aspecten nader belicht. Het slachtoffer moet in vergelijking tot de onbekende dader dus zwak zijn, maar daarnaast wel sterk genoeg om zichzelf te proberen te beschermen. Op deze manier wordt aan de buitenwereld bevestigd dat hetgeen wat gebeurd is, onvrijwillig is geweest. Hoewel verzet uiting geeft aan de keuze(on)vrijheid van het slachtoffer, is dit biologisch gezien niet per definitie een vereist kenmerk van slachtofferschap. Bedreigingen kunnen verschillende reacties opleveren, het gaat dan om de fight, flight, freeze of fawn response.[4] Verzet is maar één van de reacties die een mens kan hebben op een bedreiging, zoals een misdrijf.

Daarnaast moet het slachtoffer sterk genoeg zijn om het onrecht aan te kaarten, maar niet zó sterk zijn dat de status quo ter discussie komt. Een hedendaags voorbeeld waarin deze factor naar mijn zienswijze op de proef wordt gesteld, is de Franse zaak van Gisèle Pélicot. Pélicot is slachtoffer geworden van jarenlange, verdoofde verkrachtingen geworden door haar man en tientallen onbekenden. Als slachtoffer is zij uitgegroeid tot boegbeeld van de strijd tegen seksueel geweld. Juist zij, als slachtoffer, heeft opgeroepen tot het verschuiven van de schaamte, van slachtoffers, naar daders. Voorafgaand aan de zitting besloot zij dat de beelden van de misdrijven getoond mochten worden ter terechtzitting. Omdat het niet haar misdaden, niet haar schaamte is, maar die van de dader moet zijn.[5] Daarmee stelt ze de maatschappelijke (internationale!) discussie over schaamte en slachtofferschap flink aan de kaak.[6] Desondanks wordt ze in het medialandschap breed erkend als slachtoffer. De kracht en zwakte van het slachtoffer moet op een gebalanceerd, precies punt liggen, wil iemand volgens deze theorie een ideaal slachtoffer zijn.

Opvallend aan de rest van de factoren is dat juist de hoedanigheid van de dader ook iets lijkt te zeggen over of wij een slachtoffer als zodanig accepteren. Deze moet groot en onbekend zijn. Christie schetst het beeld dat het voor iedereen belangrijk is om slachtoffers te beschermen tegen onbekende, kwaadwillende mannen.[7] De vraag resteert echter wat er gebeurt als daders bekenden zijn. Wanneer het gaat om ‘normale mensen’, zoals u, ik, mijn buurvrouw of uw beste vriend is deze bescherming, zo lijkt het, een gevoelig punt. Desondanks kan ook deze factor aan verandering onderhevig zijn. Neem bijvoorbeeld de strafbaarstelling van verkrachting binnen het huwelijk in 1991.[8] Onder andere door maatschappelijke onrust is deze verandering teweeggebracht.[9] Een partner, daarmee dus een bekende, werd geaccepteerd als slachtoffer van verkrachting. Daarnaast wordt er hedendaags veel (overheids)aandacht gevraagd voor huiselijk geweld, waar het per definitie gaat om bekende daders.[10] Ook de groeiende maatschappelijke zorgen over femicide, waarbij vrouwen vaak het slachtoffer worden van een bekende, bevestigen dat de dader geen onbekende hoeft te zijn om een slachtoffer te maken.

            In de bundel ‘Revisiting the ideal victim: Developments in critical victimology' worden een aantal belangrijke kanttekeningen geplaatst bij deze kenmerken van Christie. Het gaat er niet om of iemand objectief gezien zwak of sterk is, maar of een slachtoffer zwak en een dader sterk overkomt.[11] Daarnaast wijzen de schrijvers op de relevantie van de Moral Typecasting Theory.[12] Volgens deze theorie bestaan morele situaties uit een positieve of een negatieve gebeurtenis. In iedere gebeurtenis wordt gezocht naar degene die handelt en degene die de handeling betreft. Iemand die handelt, kan niet veranderen in het subject van een handeling en vice versa. Met andere woorden, een dader (van goede of kwade handelingen) blijft een dader, en de ontvanger (van goede of kwade handelingen) blijft een ontvanger. Volgens deze theorie deelt een mens een ander persoon altijd één van deze twee rollen toe. Dit zorgt ervoor dat mensen worden gezien als dader óf slachtoffer en niet als beiden. Dit kan ook de relevantie verklaren van de laatste twee onbesproken kenmerken, het bezig zijn met een respectabele activiteit en het zijn op een respectabele plek. Deze voorafgaande omstandigheden geven, op het eerste, ongenuanceerde gezicht, een indruk van iemand. Om als richtsnoer te kunnen worden gebruikt om iemand het label ‘slachtoffer’ of ‘dader’ te geven.

 

 

Het zijn van een ideaal slachtoffer ligt, hoe paradoxaal dan ook, buiten de invloedssfeer van het slachtoffer zelf. De factoren, zoals of iemand op een respectabele plek is ten tijde van het feit, zijn vaak onderhevig aan persoonlijke normen en waarden. Daarnaast gaat het niet enkel om het objectief vaststellen of iemand zwak of sterk is, maar met name om de vraag of iemand zwak of sterk overkomt. Het gepleegde feit lijkt, kijkend naar deze theorie, eigenlijk een beetje naar de achtergrond te verdwijnen. Met de grote media-aandacht voor strafzaken en de vele oordelen die binnen de samenleving worden geveld, is het goed om stil te staan bij de totstandkoming van erkenning en waarom een bepaald slachtoffer wél slachtofferempathie bij ons opwekt en een ander wellicht niet. Los van alle juridische kwalificaties binnen een strafproces, heeft ook de maatschappelijke erkenning impact op slachtoffers. De vraag is, hoeveel individuen stilstaan bij de totstandkoming van deze erkenning en de waarheids(on)getrouwheid daarvan.

 

 


[1] Nils Christie 1986, p. 12.

[2] Podcasttip: ‘Slachtoffers in de Media - De Publieke Tribune’, nporadio1.nl.

 

[3] Nils Christie 1986, p. 13.

[4] Cannon 1932 en Walker 2013.

[5] ‘Vandaag eerste uitspraken in grote Franse verkrachtingszaak: 'Gisèle Pélicot heeft laten zien dat slachtoffers zich niet hoeven te schamen” Volkskrant, 19 december 2024.

[6] ‘Met opgeheven hoofd groeit Giséle Pélicot uit tot icoon van de strijd tegen seksueel geweld’ Volkskrant, 18 september 2024.

[7] Nils Christie 1986, p. 13.

[8] art. 242 Wetboek van Strafrecht (oud), schrapping van het bestanddeel ‘buiten echt’.

[9] Kamerstukken 1988/1989, 20930, nr. 3, p. 3.

[10] ‘Huiselijk en seksueel geweld’, wodc.nl (geraadpleegd op 10 april 2026).

[11] Bosma, Mulder & Pemberton 2018, p. 5.

[12] Bosma, Mulder & Pemberton 2018, p. 5 en 6.


De positie van het slachtoffer onder het nieuwe Wetboek van Strafvordering
23apr

De positie van het slachtoffer onder het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Inleiding De positie van het slachtoffer in het strafproces heeft zich in de afgelopen jaren sterk ontwikkeld. Met het nieuwe Wetboek...

Toestemming van de Nederlandse regering voor een bankoverval: Last van hongersnood? Ga dan de staatsbank leegroven.
19mrt

Toestemming van de Nederlandse regering voor een bankoverval: Last van hongersnood? Ga dan de staatsbank leegroven.

  Inleiding Tijdens de Tweede Wereldoorlog oefende de Duitse bezetter de feitelijke macht uit over het Nederlandse grondgebied, terwijl...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen