Een druk op de pauzeknop: de impact van ondermijnende criminaliteit II op het financiële veld
Stel je voor: Op een vrijdagochtend krijgt een Nederlandse bank een telefoontje van een buitenlandse financiële inlichtingeneenheid. In een andere EU-lidstaat is een transactie opgevallen: een Nederlandse rekeninghouder wil op korte termijn een aanzienlijk bedrag doorsluizen naar een vennootschap in Zuid-Europa. Het gedrag op de rekening wijkt af van wat gebruikelijk is en de herkomst van het geld roept vragen op. Een verband met witwassen kan niet worden uitgesloten.
Tot voor kort zat een bank in zo’n geval klem. Dergelijke signalen waren zorgelijk, maar vaak onvoldoende om strafrechtelijk op te treden. De transactie toch even ‘on hold’ zetten kon wel, maar gebeurde volledig op eigen risico van de bank. Dat maakte banken terughoudend: wat als de klant gaat klagen? Per 1 juli 2026 zal dat veranderen. Met de Wet versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit II krijgen banken een wettelijke basis om een transactie tijdelijk op te schorten en melding te doen bij de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland). Die korte pauze kan het verschil maken: zij voorkomt dat mogelijk crimineel geld ongemerkt in het legale financiële systeem verdwijnt.
De wetswijziging is geen overbodige luxe. Betalingen zijn sneller, digitaler en grensoverschrijdender dan ooit. Criminele geldstromen verplaatsen zich zonder moeite over grenzen en maken gebruik van legale bedrijven en financiële dienstverleners. Dat is wat we onder ondermijnende criminaliteit verstaan: criminaliteit die niet alleen wetten schendt, maar het vertrouwen in het financiële en juridische systeem aantast.[1] Eén van de belangrijkste nieuwe instrumenten in deze wet is precies datgene wat in de praktijk zo lang ontbrak: de mogelijkheid om financiële transacties tijdelijk aan te houden. Deze bevoegdheid zal te vinden zijn in artikel 7a van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).
In dit artikel wordt uitgelegd hoe dat vóór 2026 zat, wat belangrijke afwegingen waren bij de totstandkoming van de bevoegdheid en wat er nu precies gaat veranderen.
De aanpak voor de wijziging
Vóór de voorgestelde wijziging van de Wwft bestond er in Nederland geen wettelijke bevoegdheid voor de FIU-Nederland om de uitvoering van een transactie tijdelijk te laten aanhouden. Dit leidde in de praktijk tot de volgende knelpunten:
- Geen juridische basis voor de FIU: de FIU kon banken niet officieel vragen om een transactie te pauzeren terwijl zij nader onderzoek deden naar de achtergrond van een ongebruikelijke melding.[2]
- Risico voor banken: hoewel banken soms probeerden de uitvoering van een transactie uit te stellen om de FIU tijd te gunnen, deden zij dit volledig voor eigen rekening en risico. Zij konden hierdoor door hun cliënten civielrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade door de vertraging.[3]
- Beperking tot strafvorderlijk beslag: de enige formele manier om geldstromen tegen te houden, was via een strafvorderlijk beslag door het Openbaar Ministerie of een opsporingsambtenaar. Dit instrument kan echter pas worden ingezet als voldoende aanwijzingen zijn voor een concreet strafbaar feit. In de fase waarin de FIU een ongebruikelijke transactie analyseert, is die informatie vaak nog niet compleet.[4]
- Afhankelijkheid van het buitenland: veel buitenlandse FIU's beschikken al wél over een dergelijke bevoegdheid. Hierdoor moest de Nederlandse opsporing soms via een omweg een buitenlandse FIU verzoeken om een transactie aan te houden ten behoeve van een Nederlands onderzoek. Dit maakte de positie van de Nederlandse FIU niet gelijkwaardig aan die van internationale partners.[5]
- Snelheid van het betalingsverkeer: door de digitalisering en de komst van instant payments[6] werd het steeds moeilijker om crimineel geld te onderscheppen; het geld was vaak al weggesluisd voordat de autoriteiten de kans hadden om in te grijpen.[7]
Samenvattend ontbrak het vóór de wijziging aan een effectieve 'pauzeknop' in de fase tussen de melding van een ongebruikelijke transactie en de eventuele start van een strafrechtelijk onderzoek, waardoor mogelijk crimineel geld regelmatig uit het zicht van de autoriteiten verdween.
Belangrijke afwegingen
Eén van de dilemma’s die tijdens het opstellen van deze wet aan bod kwam, is aan wie de bevoegdheid om financiële transacties te pauzeren toekomt. Het uiteindelijke oordeel is dat deze bevoegdheid beperkt is tot banken. Verzoeken kunnen (nog) niet worden gericht aan andere instellingen zoals cryptodienstverleners of juweliers.[8] Dit volgt uit de redenering dat sommige andere EU-lidstaten een soortgelijke bevoegdheid hebben. Hun financiële inlichtingeneenheden (FIE’s) nemen daarbij regelmatig contact op met Nederlandse autoriteiten. In de praktijk gaat het dan vooral om transacties bij banken, wat bevestigt dat juist bij banken het nut van zo’n bevoegdheid het grootst is. Bovendien is het tijdelijk aanhouden van een transactie bij een bank in de praktijk eenvoudiger te realiseren dan bij bijvoorbeeld een juwelier of een klein bedrijf.[9]
Daarnaast zijn veel transacties instant payments, die binnen enkele seconden worden verwerkt. Daarom gaat het in de praktijk vaak om het tijdelijk blokkeren van een saldo in plaats van het “aanhouden” van een transactie. Feitelijk gaat het bij het voldoen aan een verzoek van de FIU om een transactie die tijdelijk niet wordt uitgevoerd. Het is dus een tijdelijke blokkering van (een deel van) het saldo dat op een rekening staat.[10]
Bij de opschorting van transacties door banken op verzoek van de FIU is de vrijwaring een essentieel onderdeel van de nieuwe wetgeving. Dit is geregeld om banken te beschermen tegen juridische claims wanneer zij gehoor geven aan een officieel verzoek om een transactie tijdelijk te pauzeren. Wanneer een bank een transactie aanhoudt op verzoek van de FIU, kan de cliënt of een derde partij schade lijden (bijvoorbeeld door een vertraagde betaling). De wet stelt nu vast dat de bank niet aansprakelijk kan worden gesteld voor deze schade. Om van deze vrijwaring gebruik te kunnen maken, is het voor banken van belang dat zij schriftelijk kunnen aantonen dat de opschorting daadwerkelijk op verzoek van de FIU is gebeurd.[11] Opvallend is dat de wetgever heeft besloten de strafrechtelijke vrijwaring niet uit te breiden voor deze specifieke bevoegdheid. De bestaande strafrechtelijke vrijwaring in de Wwft (artikelen 16 en 17) ziet op het verstrekken van gegevens. Bij het opschorten van een transactie (artikel 17a) verstrekt een bank echter geen gegevens, maar verricht zij enkel de handeling van het tijdelijk pauzeren. De regering achtte een extra strafrechtelijke vrijwaring daarom niet noodzakelijk.[12]
Hoe gaat het nu in zijn werk?
De FIU kan een bank verzoeken om de uitvoering van één of meerdere transacties tijdelijk aan te houden. Dit gebeurt wanneer er aanwijzingen zijn dat een transactie verband houdt met witwassen of het financieren van terrorisme. Dit verzoek kan voortkomen uit:
- Een eigen onderzoek van de FIU naar aanleiding van een melding van een ongebruikelijke transactie; of
- een verzoek van een buitenlandse FIU die meer tijd nodig heeft voor onderzoek.[13]
Zodra een bank een verzoek ontvangt, moet zij hier zonder uitstel gevolg aan geven.[14] De opschorting is uitdrukkelijk tijdelijk om de inbreuk op het eigendomsrecht te beperken. De blokkade geldt voor maximaal vijf werkdagen, eventuele verlenging is mogelijk.[15] Tot slot dient de bank te melden waarom een cliënt niet over zijn geld kan beschikken, indien hiernaar gevraagd wordt door de cliënt.[16]
Conclusie
Kortom, de wet gaat de FIU een "pauzeknop" geven die essentieel is in een wereld van razendsnel digitaal bankieren, zodat verdacht geld niet verdwenen is voordat de autoriteiten kunnen ingrijpen. Verder sluit onze wetgeving straks beter aan bij de FIU-bevoegdheden van andere EU-landen en door de introductie van een expliciete civielrechtelijke vrijwaring kunnen banken zonder angst voor schadeclaims van cliënten meewerken aan verzoeken van de FIU.
Bibliografie
[1] ‘Ondermijnende criminaliteit’, om.nl (geraadpleegd op 6 januari 2026).
[2] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 29.
[3] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 29.
[4] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 29 en 30.
[5] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 30.
[6] “Een ‘Instant Payment’ is een overboeking in euro, waarbij het bedrag binnen enkele seconden op de rekening van de ontvanger staat. Dit gebeurt op elk moment van de dag en alle dagen van het jaar, ook als de ontvanger een betaalrekening heeft bij een andere bank dan de verzender.”. ‘Instant Payments in het kort’, betaalvereniging.nl (geraadpleegd op 6 januari 2026).
[7] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 29.
[8] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 50.
[9] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 50.
[10] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 49 en 50.
[11] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 64.
[12] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 51.
[13] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 31.
[14] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 63.
[15] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 63 en 32.
[16] Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 31.
Reacties
Log in om de reacties te lezen en te plaatsen